1.
Het vurige einde van een briljant bedrijf.

1a.
Toestand begin december 1970.
Begin
december 1970 waren bij Verheul in de montagehal diverse LVBs in aanbouw,
waaronder het al genoemde exemplaar voor de WABO. Daarnaast stonden stadsbussen
op L.V.S. gereed of waren in diverse stadia van aan/afbouw, bestemd voor het GV
Groningen. Ook bevonden zich een aantal LVBs, bestemd voor Israël in de
montagehal, tezamen met enkele vrachtwagens. Gememoreerd moet ook worden de VAD
4348 –hoewel eigenlijk buiten dit artikel vallend-, welke zich met zware
aanrijdingschade achterzijds voor herstel bij Verheul bevond.
1b. Het ultieme einde op 9 december 1970.
Woensdag 9 december
1970 was een normale werkdag geweest bij “Leyland Motor Corporation
NV (v/h Auto-industrie Verheul)”, zoals het bedrijf sinds ca. 1964
heette. Het productiepersoneel was aan het eind van de middag naar
huis gegaan. ‘s Avonds was de grote montagehal “onbemand”, slechts
op kantoor werkten nog zes mensen over en verder was de
schoonmaakploeg in het bedrijf actief.
Een lid van die schoonmaakploeg ontdekte kort na half negen die
avond vuur in de buurt van het spuithok. Blijkens het brandrapport
van die avond is de meldkamer van de Goudse politie (de alarmering
van de brandweer liep via deze meldkamer!) om 20.45 uur gealarmeerd.
De eerste –telefonische- melding was al alarmerend genoeg:
“uitslaande brand”. Op grond van die eerste melding werd al meteen
alle personeel van de Goudse brandweer opgeroepen. Het korps Gouda
rukte op de melding uit met alle beschikbare materieel, bestaande
uit 1 tankautospuit HD/LD, 1 autospuit LD, 1 autoladder en een
materiaalwagen+motorspuitaanhanger. Bij aankomst had de brand al
dusdanige vormen aangenomen, dat onmiddellijk bijstand werd verzocht
van omliggende plaatsen. De vuurintensiteit was bijzonder groot
(door diverse –niet nader te noemen- oorzaken). Achtereenvolgens
werden daarna naar het brandadres gezonden:
Ondanks deze “opschaling” bleek al spoedig, dat het bedrijf niet
meer te redden zou zijn. Er bleek al snel vrij veel vuur te zitten
in de grote (montage)hal, terwijl het dak (houtconstructie, afgedekt
met dakleer) over een lengte van 120 meter aan de onderzijde
brandde. Het gelukte wel, om het kantoorgedeelte en een nieuw
magazijn met zeer brandbare stoffen te behouden. Een in eerste
instantie –nog- ingezette binnenaanval (via het kantoorgedeelte) met
3 stralen hogedruk moest binnen zeer korte tijd worden afgebroken,
het vuur breidde zich met een “vreemde” snelheid uit. Daarna restte
alleen nog meer de mogelijkheid van een (gedeeltelijke)
“buitenaanval”. Via de inmiddels opgestelde autoladder werd een
waterkanon ingezet, terwijl steeds meer lagedrukstralen werden
opgevoerd, voor een deel binnendoor, werden opgevoerd. Ook op het
dak van het bedrijf werden de nodige stralen opgevoerd met de
bedoeling, het vuur tot de productiehal te (kunnen) beperken.
Omstreeks 22.00 uur leek het er –even- op, dat deze opzet zou
slagen. Maar, plotseling ontstond in de grote hal, vlak naast het
magazijn, een enorme vuurzee (vermoedelijke oorzaak: “flash-over”),
waarna de brand met een enorme snelheid bezit nam van het gehele
complex. In allerijl moesten de stralen op het dak worden
teruggenomen (ook die op het dak van het magazijn), omdat anders een
levensgevaarlijke situatie zou ontstaan!
Omdat ook de aanwezige brandmuur binnen het bedrijf na één van de
vele verbouwingen doorbroken bleek te zijn (!), kon een verdere
uitbreiding door de gezamenlijke korpsen niet verhinderd worden.
Door de zich snel verergerende brandsituatie was het niet
verantwoord en ook onmogelijk, op deze plaats meer stralen in te
zetten.
De gelukte de betreffende korpsen echter, de brand te beperken tot
de montagehal en het magazijn (zie ook tekening 2). Op het
“hoogtepunt” van de brand waren in totaal 60 stralen lagedruk en 2
waterkanonnen ingezet. Er werd ca. 4.370.000 liter water in de
brandende vuurzee “gestort”. Bluswater was –gelukkig- ruimschoots
voorhanden: De Gouwe stroomde vlak voor het bedrijf langs!
Om 23.15 uur kon het nader bericht “brand meester” worden
doorgegeven (het gevaar voor verdere uitbreidingen was toen
geweken). De nablussingswerkzaamheden duurden tot de volgende dag
ca. half één ‘s middags; nadien nam de aanwezige bedrijfsbrandweer
deze taak over.
Hiermee was een markant en toonaangevend bussenbouwer plotseling van
het (bus)toneel verdwenen. Aanvankelijk gingen er –nog- stemmen op
(en verschenen er dito berichten in de pers), dat “het bedrijf
binnen korte tijd weer op te bouwen is, als maar eerst de rommel
éénmaal van het terrein verwijderd is”.
Maar, het vervolg is echter triest als de verdere geschiedenis van
zijn eigenaar (British Leyland): waar in Engeland in de zeventiger
en tachtiger jaren fabriek na fabriek gesloten werd, kwam deze brand
misschien ook wel als een “geschenk uit de hemel” (cursivering: noot
–en dus mening- van de schrijver). Er zijn geen serieuze pogingen –meer-
gedaan, het bedrijf weer op te bouwen. En daarmee werd dus meer dan
zestig jaar carrosseriebouw letterlijk GESCHIEDENIS! |






Tekst en foto's komen uit "Historisch Waddinxveen herleeft'' Uitgeverij
Bert Post, Noorden, illustratie en auteurs C. Verlooij en J. Versluis.
ISBN:70376 36 9.
Foto's: Met dank aan Joop Solleveld uit Waddinxveen C 2002

Een Delfts blauwe theekan met de tekst: Bij levering honderdste Verheul's
omnibus december 1949.
Met op de onderkant: Schoonhoven Holland Delfts
Met dank aan Dirk Mink |