Trio Boskoop

Citosa

Jelle Kok

Westnederland

ZWN

Connexxion

 

Centraal Nederland

Eltax Leiden

Enhabo

HTM

Maarse & Kroon

Midnet

NZH

NBM

Novio

Oostnet

Oranjebus

Pieper

RET/RTM

Schutte

SVD Dordrecht

Ten Broek

Tensen

TET

VAD

VAGU

Van Gog

VSL

Wabo

WSM

Zuidwestnederland

 

Friesland

Groningen

Drenthe

Overijssel

Gelderland

Utrecht

Noord-Holland

Zuid-Holland

Zeeland

Brabant

Limburg

Maarse en Kroon

 

Sinds 1973 is de naam "Maarse en Kroon" op de bussen in ons vervoergebied vervangen door "Centraal Nederland".

Toch zegt de naam Maarse en Kroon ook vandaag nog velen iets.

De één zal wellicht iets minder geestdriftig reageren dan de ander, maar Maarse en Kroon is dikwijls het onderwerp van gesprek bij mensen die bij dit bedrijf hebben gewerkt. Velen denken toch met een zekere warmte aan dit bedrijf, waar zij hun brood verdienden.

Vanzelfsprekend komt men in die gesprekken vaak op de persoon van de heer Jac. Maarse terecht, de man die het bedrijf stichtte, het tot grote bloei wist te brengen en het bedrijf internationale bekendheid gaf.

De tomeloze werkdrift van de heer Maarse, zijn zich meer dan volledige inzetten voor het bedrijf dat hem lief was, zijn nog altijd aanleiding voor het vertellen van sterke verhalen, die - al of niet gekleurd - een markant persoon beschrijven, die dag en nacht op zijn bedrijf aanwezig was. Ook in de kringen van mensen die - al of niet beroepsmatig - zich interesseren voor vervoer per autobus en al wat daar mee te maken heeft, was Jac. Maarse een bekend persoon. Er werd wel beweerd dat hij een betere exploitatie te zien gaf dan anderen en dat daar aan vooral zijn succes toe te schrijven was. Jac. Maarse was ook een goed mensenkenner, het gelukte hem steeds weer opnieuw mensen aan zijn bedrijf te verbinden die zeer toegewijde medewerkers werden.

Jacob Maarse Wzn, 12-09-1899/01-11-1973

Wellicht is toch de reden dat in zo'n korte tijd zo'n groot bedrijf werd opgebouwd het feit dat Jac. Maarse - eerder dan veel van zijn collega's - besefte dat een klein vervoerbedrijf, al werd het nog zo goed geleid, niet veel toekomstmogelijkheden had, alleen grote bedrijven zouden overblijven en Jac. Maarse was bereid grote risico's te nemen om zijn bedrijf onder de grote bedrijven gerekend te krijgen.

Wanneer we de geschiedenis laten spreken komt dit element zeer duidelijk naar voren, het is alles expansie wat we zien.

Op 1 februari 1923, met één bus, begonnen op de lijn Rijnsaterwoude-Leimuiden-Leiden, onder de naam Fa. Wegman, Kroon en Co, bleek de busdienst levensvatbaar dus kwam er zeer spoedig een tweede wagen in dienst.

Het begin: GMC-Vrachtauto, die ook als autobus werd gebruikt. Na plaatsing van losse banken.

Toen Wegman zich na korte tijd terugtrok ging het bedrijf Fa. Jac. Maarse en C. Kroon heten, met als vestigingsplaats Leimuiden.

Met vallen en opstaan breidde het bedrijf uit, het wagenpark werd groter, het lijnennet telde steeds meer exploitatie-kilometers en het aantal personeelsleden hield met deze gang van zaken gelijke tred.

De tweede autobus: een White wagenparknummer 2. De linker persoon is J.v. Immerzeel, het eerste personeelslid

Met vallen en opstaan, ja, want noch Maarse noch Kroon hadden ervaring met het nog zo nieuwe verschijnsel van autobusdiensten, alles moest proefondervindelijk worden geleerd.

Op welke trajecten zou een rendabele exploitatie mogelijk zijn, welke tarieven zouden moeten gelden, welke dienstregeling was de beste?

Zeer belangrijke vragen voor de jonge onderneming was ook de vraag naar het beste materiaal dat gebruikt kon worden.

Welk merk en welke soort wagens moesten worden gekozen? Zwaardere, dus duurdere wagens in aanschaf en exploitatie voor de hoofdlijnen en lichtere, goedkopere voor de andere lijnen? Moesten bussen snel worden vervangen door nieuwe modernere of moest degelijk materiaal gekozen worden dat jaren betrouwbaar kon worden gebruikt?

Alles moest worden uitgezocht en geprobeerd en natuurlijk waren de antwoorden op al deze vragen, bij de heren Maarse en Kroon niet altijd precies dezelfde.

De ondernemers kwamen ook te staan voor vragen als: moeten we zelf repareren of dat werk uitbesteden, aan welke eisen moeten personeelsleden voldoen, welke lonen moeten worden betaald en ook op al deze vragen moesten telkens weer antwoorden komen.

De Oude brug bij Leimuiden

Omdat Jac. Maarse steeds probeerde het bedrijf maar uit te breiden, moest er ook telkens nieuw geld in het bedrijf worden gestoken, kapitaal waarvan niet kon worden gegarandeerd dat het zonder enige twijfel reuze winsten zou opleveren.

Toen in de loop van 1926 de autobusdienst Bennebroekerweg-Aalsmeer-Amstelveen-Amsterdam te koop kwam werd per 1 januari 1927de N.V. "Autobusonderneming" te Amstelveen opgekocht van de heren J.J. Poort en J.P. SIoothaak.

Vanaf dat moment hadden de heren Maarse en Kroon dus twee autobusbedrijven de Fa.Jac. Maarse en C. Kroon en de N.V "Autobusonderneming" te Aalsmeer.

Grote stallingshal in Aalsmeer

In 1933 kwamen alle goederen en ook de vergunningen voor de autobusdiensten te staan op naam van de N.V. "Autobusonderneming" (dir. Maarse en Kroon) te Aalsmeer. In de zomer van 1947 werd deze naam veranderd in: N.V. Autobusonderneming Maarse en Kroon, te Aalsmeer.

Zonder alle uitbreidingen van diensten en overnames van bedrijven of van trajecten die eerst door anderen werden gereden te noemen, mag worden vermeld dat per 1 januari 1936 een grote uitbreiding plaats vond door overname van het lijnennet in de Haarlemmermeer van de Fa. J.H. van Kalmthout en P. v. Niel te Hoofddorp, met lijnen vanuit de Haarlemmermeer naar Amsterdam en Haarlem een transactie die direct te maken had met de voor genomen opheffing van de spoorlijnen in de Haarlemmermeer.

Een zeer belangrijke uitbreiding van het bedrijf vond plaats per 1 januari 1939, toen het gehele bedrijf van de N.V. M.v. Poelgeest te Amstelveen werd overgenomen, met de lijnen van Amsterdam naar Schiphol, Amstelveen en Ouderkerk aan de Amstel.

De Commissie Vergunningen personenvervoer oefende daartoe sterke drang uit, zij was voorzichtig begonnen streekvervoersbedrijven te stimuleren en Maarse en Kroon leek een geschikt bedrijf voor deze ideeën.

Van Poelgeest wenste echter geen lijnen af te staan, het was alles of niets, het hele bedrijf met bussen en reisbureau en het toerwerk alles moest worden gekocht of de zaak ging niet door.

Foto: John van Woerkom

Directeur Kroon vond het risico te groot, wellicht ook vond hij reeds veel eerder de expansiedrift van zijn compagnon niet zo leuk en hij liet zich als mede-eigenaar en directeur uitkopen en op 1 januari 1939 kwam Jac. Maarse dus als enig directeur aan het hoofd van het op die dag sterk vergrote bedrijf te staan. Achteraf bleek de overname van het bedrijf van v. Poelgeest zeer succesvol te zijn,

Maarse en Kroon ging nu sterk meetellen op toeringcargebied een tak van het autobusbedrijf dat bij Maarse en Kroon ook wel belangrijk was geweest maar in grootte toch ondergeschikt aan de lijndiensten.

Helaas was 1939 een jaar van grote onzekerheden en een sterk wisselend vervoersaanbod. Oorlogsgeruchten en de mobilisatie deden het toerwerk in één klap in elkaar storten, waar tegenover nieuw vervoer ontstond van militairen.

De oorlogsjaren waren zeer moeilijk voor de vervoersbedrijven, steeds minder brandstof was beschikbaar, gasgeneratoren, banden en onderdelen gebrek, vordering van bussen, tewerkstelling van personeel in Duitsland en uiteindelijk het volledig stilleggen van het bedrijf en het onderduiken van velen, waaronder directeur Jac. Maarse, het waren allemaal nare zaken.

Een antrachiet-gasgenerator op een eenwielig aanhangwagentje uit de oorlogstijd

Na de bevrijding in 1945 ging alles eerst uiterst moeizaam, door gebrek aan alles wat maar nodig was om een busdienst te onderhouden, maar al gauw groeide en bloeide het bedrijf als nooit te voren.

Na de oorlog kwamen diverse bussen als wrakken terug. Hier arriveert Leyland/Verheul-bus 35 per trein uit het "Oosten".

De uitbreiding van de bevolking, de grotere reismogelijkheden door gestegen welvaart, de uitbreidingen van Schiphol, in latere jaren vooral ook de enorm gestegen vakantietrek naar het buitenland, bijvoorbeeld met pendelreizen naar Oostenrijk en Zwitserland en tenslotte de uitbreidingen van het lijnennet met o.a. Utrecht en Woerden, alles met elkaar maakte Maarse en Kroon groot.

Was na het uittreden van dhr. Kroon Jac. Maarse de enig directeur van het bedrijf geworden, na de bevrijding kwam zijn broer W Maarse de directie versterken.

 MK bus 127 uit de zomer van 1959. Het jongetje rechts is Jos Wiersema  in spannende afwachting van het schoolreisje. Het begrip Maarse en Kroon betekende voor hem: Schoolreisje en naar zwemlessen. Opnamelocatie Geulstraat 9 te Amsterdam. Foto: Jos Wiersema van www.amsterdamsetrams.nl.
 

W. Maarse werd vooral belast met de externe zaken, zoals betrekkingen met vergunningverlenend gezag, met gemeenten, provincies en rijksoverheid, met alles wat met de bedrijfsgebouwen en de uitbreidingen daarvan te maken had en met het meedoen in het bestuur van de Ned. Vereniging van Transportondernemingen, de werkgeversvereniging die graag een heer Maarse in het bestuur had. Jac. Maarse bleef liever wat op de achtergrond, hij bleef het liefst betrokken bij het wel en wee van het autobusbedrijf Maarse en Kroon als zodanig.

Trouwbus van John van Woerkom in Amersfoort Foto: John van Woerkom

De bouw van nieuwe autobussen, de gang van zaken in het bedrijf, de omgang met personeel, de technische kant van het bedrijf enzovoort waren voor hem interessanter dan allerlei officiële dingen, die hij graag aan zijn broer overliet, mede uit tijdsgebrek.

De broer, W. Maarse, is op kundige en bedachtzame wijze in die sfeer werkzaam geweest en heeft daarnaast zich ook intensief met het eigen bedrijf bemoeid en zo hebben de beide broers samen het bedrijf verder uitgebouwd en groot gemaakt en daarbij zeer behoorlijke financiële resultaten geboekt.

Op 1 februari 1962 werden tot directeuren van Maarse en Kroon benoemd de heren Mr. H.A. Hoed en W G. Maarse Jac Zn, welke laatste reeds sinds 1 november 1961 als adjunct-directeur was benoemd. De oprichter van het bedrijf, de heer Jac. Maarse, vormde samen met zijn broer W. Maarse ("de architect") en de heer J. Flink, vanaf die datum de Raad van Bestuur. De nieuwe directie kreeg een goed lopend bedrijf te besturen en alles leek er op dat het bedrijf een zonnige toekomst tegemoet ging.

Directeuren Mr. H.A. Hoed en W.G. Maarse Jac. Zn met de chauffeurs A. v.d. Steeg en D. Bos

Helaas zou er spoedig een grote verandering komen.

De totaal veranderende maatschappelijke omstandigheden zouden een grote bedreiging voor vervoersbedrijven en dus ook voor Maarse en Kroon worden.

De particuliere auto kwam het de vervoersbedrijven moeilijk maken en de overheid moest tenslotte de verliezen op de lijndiensten voor haar rekening nemen om een autobusnet in stand te kunnen houden.

Hoewel Maarse en Kroon niet tot de eersten behoorde moest ook dit bedrijf bij de overheid aankloppen voor dit doel. De bedrijfsvoering werd hierdoor nogal moeilijk, allerlei voorschriften beperkten de vrijheid van de ondernemer, om subsidie verkrijgen voor de verliezen op de lijndiensten moesten allerlei kosten en baten van lijndiensten, groepsvervoer en, toeringcarritten en reisbureaus scherp uit elkaar worden gehouden. De overheid vergoedde natuurlijk alleen de verliezen op de lijndiensten, die volgens een goedgekeurde dienstregeling werden uitgevoerd en ook in dit opzicht werden de touwtjes steeds sterker aangehaald.

Het werd tijd te overwegen of men zo door zou kunnen gaan of andere wegen moest zoeken. Bijvoorbeeld zou men de lijndiensten af kunnen stoten en als toeringcarbedrijf verder gaan, een gedeelte van de bedrijfsgebouwen zou men kunnen inrichten als garagebedrijf, men zou agent of misschien importeur van een vrachtwagenmerk kunnen worden of iets dergelijks.

Het is er niet van gekomen, het bedrijf werd in zijn geheel verkocht aan de enige kandidaat-koper, het concern van de Nederlandse Spoorwegen, die reeds het grootste gedeelte van de Nederlandse vervoersbedrijven geheel of gedeeltelijk in handen had en ook graag Maarse en Kroon daar bij wilde betrekken. Bovendien waren de N.S. ook de enigen die een groot kapitaal in een op dat moment verliesgevend bedrijf wilden steken, terwijl er nog geen uitzicht was op betere financiële resultaten bij dit soort ondernemingen.

Per 1 januari 1971 kwam de verkoop tot stand en werd Maarse en Kroon een dochterbedrijf van de Nederlandse Spoorwegen.

Het nieuws dat Maarse en Kroon door de Spoorwegen was gekocht bracht een golf van medegevoel te weeg bij de inwoners van Aalsmeer en veel anderen die dit bedrijf een goed hart toedroegen.

Het personeel reageerde met nogal tegengestelde reacties. "Het is jammer, maar het kon nu eenmaal niet anders", "je houdt het toch niet tegen, Maarse en Kroon heeft het toch al zeer lang uitgehouden als je naar veel andere bedrijven kijkt" "Het is jammer voor de familie Maarse, voor ons zelf moeten we maar afwachten", "Waarom niet geprobeerd meteen toeringcarbedrijf, een vrachtwagenbedrijf, garage-activiteiten, enzovoort?"

Bij verdere concentratie in juni 1973 werd de exploitatie van de bedrijven N.V. Maarse en Kroon te Aalsmeer en N.V Nederlands Buurtvervoer Mij. te Zeist voortgezet door een nieuwe N.V Centraal Nederland.

Maarse en Kroon leidt nu nog een papieren bestaan, de naam is van de autobussen verdwenen en noch in het buitenland, noch in Nederland is die oude zo vertrouwde naam nog te zien.

Toen in 1973 het nieuws bekend gemaakt werd dat Maarse en Kroon en de NBM samen Centraal Nederland zouden gaan vormen en geheel als één bedrijf naar buiten zouden optreden en dat ook de bedrijfsvoering geheel centraal zou worden, was er bij het Maarse en Kroon personeel eerst even een doffe berusting, in de trant van "We kunnen toch niet tegen "Utrecht" . de Nederlandse Spoorwegen, op, maar al spoedig kreeg de verontrusting de overhand.

Wat is de toekomst van Aalsmeer en Leimuiden, wie worden de leidinggevende figuren, wie en wat blijft in Aalsmeer en Leimuiden, wie en wat wordt geconcentreerd in Zeist of Utrecht. het waren allemaal bange vragen en de antwoorden op deze vragen waren niet altijd voor een ieder aangenaam.

De praktijk heeft geleerd dat veel zaken mee zouden vallen, andere werden voor de betrokken personen teleurstellingen, maar voor veel oud-Maarse en Kroon'ers betekende het werkzaam zijn bij CN toch een goede boterham.

Altijd zullen fusies moeilijkheden in het persoonlijk vlak opleveren en altijd zal het verleden ietwat rooskleuriger lijken dan het in werkelijkheid wel was.

Maar de tijden veranderen snel, dat kunnen personeelsleden van vervoerbedrijven telkens weer constateren.

Waar is de tijd gebleven dat Leyland-autobussen, voorzien van Verheul-carroserieën het leeuwendeel van de lijndienstwagens bij veel bedrijven uitmaakten, zoals dat ook bij Maarse en Kroon was?

Waar bleven scheurkaartjes, Beckson plaatskaarten, waar bleven chauffeurspetten, rijglaarzen, waar bleven bussen met benzinemotoren enz. enz.

Al deze dingen kunnen nostalgische gevoelens oproepen.

Het vlaggenschip van Maarse & Kroon Foto: John van Woerkom

Dat doet het ook bij veel oud-Maarse en Kroon'ers, die nog vaak terugdenken aan die "goeie ouwe tijd" van Maarse en Kroon, een tijd die echter niet altijd zo "goed" is geweest, iets wat we ook allemaal wel weten.

Vaak zullen de gedachten van veel oud-chauffeurs naar de "toer" terug gaan. In 1934 behoorde Maarse en Kroon tot de oprichters van Cebuto, het Centraal Bureau voor touringcarreizen, maar reeds veel eerder "toerde" men, deed school- en verenigingsreisjes en personeelsuitstapjes.

De eerste buitenlandse reizen maakte Maarse en Kroon reeds in 1927, toen men voor een Aalsmeerse kweker personeelsreisjes naar België uitvoerde. Voor die reisjes werd steeds bus 6 gebruikt, een Unic-bus met Verheul carrosserie voor 19 personen, een fraaie wagen, de eerste van de vele die Verheul voor Maarse en Kroon zou bouwen.

Na de oorlog kwam het toerwerk in een stroomversnelling; vooral het rijden op het buitenland nam enorm toe.

In de jaren '50 was het aantal toervergunningen reeds tot 40 gestegen, in 1961 werd dat 44, in 1965: 54 en in 1969 behoorde Maarse en Kroon met 60 toervergunningen tot de 5 grootste bedrijven van Nederland.

Er werden, naast veel reizen, ook zeer veel "pendelritten" gereden, voornamelijk naar Oostenrijk en Zwitserland, voor diverse reisbureaus. De "Netherlands Trans European Buslines", populair gezegd de Transbus, een bedrijf waarin Maarse en Kroon deelnemer was, deed veel Rome-reizen en daarnaast ook veel langdurige tochten door heel Europa, voor chauffeurs vaak een interessant gegeven.

Ook de latere deelname in de "Coach-groep Holland" bracht de naam Maarse en Kroon in binnen- en buitenland veel bekendheid.

De gedachten zullen toch ook altijd uitgaan naar Jac. Maarse de man die zich dag en nacht voor zijn bedrijf inzette en daar zeer nadrukkelijk aanwezig was, maar soms zeer onnadrukkelijk en dan toch z'n blikken liet rondgaan en alles zag, soms tot verdriet van bepaalde personeelsleden.

Maarse en Kroon zal toch voor velen nog heel lang iets zeggen.

We hopen dat dit geschriftje u daarbij een ruggensteuntje kan geven.

Dit verhaal werd geschreven in een boekje dat werd uitgebracht tijdens een Reünie van oud medewerkers op 16 maart 1990 (met dank aan Johan Vergunst Exploitatiemederwerker connexxion te Boskoop)

Luchtfoto Maarse & Kroon te Aalsmeer

Geschiedenis van het lijnennet  - Cijfers en feiten     De Maarse & Kroon SVA Bussen   

 ‘De auto, dat is voor ons de doodklap geweest’

 
 

Autobusgeschiedenis

Verheul Waddinxveen

NS 4400

AEC/Verheul Argentinië

Bussen op hout en gas generatoren

De NZH-tram in het dagelijkse leven

Gemeente tram Oudewater

De Crossley Bussen

De laatste bus op Dolle Dinsdag

De laatste Oplegger

Trolleybus

 

(c) OV in Boskoop - Alle rechten voorbehouden-Overname in gedrukte of digitale vorm zonder toestemming niet toegestaan