Noodbussen
Hoewel men er na de
bevrijding met veel goede wil, ijver en moeite in slaagde enige bussen in
rijvaardige toestand te brengen, was dit aantal voor de uitvoering van de meest
noodzakelijke diensten nog lang niet genoeg.
Door de
Rijksverkeersinspectie werden in het najaar van 1945 enkele noodbussen ter
beschikking gesteld. Dit waren zogenaamde bellenwagens, waarvan er twee stuks
van het fabrikant Austin waren bestemd voor de oorspronkelijke Duinlander lijnen
en twee stuks van het fabrikaat Ford, bestemd voor de NZH lijnen.
|
 |
|
De eerste "bussen" die na de
oorlog op de weg kwamen waren gewone leger trucks die bij een dump werden
aangekocht. Er werden enige aanpassingen verricht zodat de wagens voor
personenvervoer geschikt waren. Comfortabel was een woord dat in die
periode beslist niet gebruikt mocht en kon worden. Maar er kon weer worden
gereden. |
Deze “bellcars” waren tijdens
de oorlog te Londen in gebruik geweest als brandweerwagens en hadden daar
tijdens de “Blitz” grote diensten bewezen. Hun naam hadden ze te danken aan een
grote bel, welke op het dak was gemonteerd.
|
 |
|
Ook bij de Gelderse
Tramwegen heeft men niet gekozen voor een eenvoudig houten carrosserie
maar men liet op dit ex-engelse leger Bedford chassis een mordern
carrosserie bouwen. |
Ook hadden ze nog een ronde
afsluitbare opening in het cabinedak, waardoor de waarnemer rechtop staande in
de cabine het luchtruim boven de stad kon afzoeken. Door een kleine wijziging
werden zij hier te lande geschikt gemaakt voor passagiersvervoer en zo konden de
beide Austins vijftien personen en de beide Fords twaalf personen vervoeren.
Door de bemiddeling van de NS
kreeg de NZH begin 1946 de tijdelijke beschikking over een vijftal
Dodge-vrachtwagens.
|
 |
|
Rond 1946 - 1947 zag men bij
veel vervoersbedrijven dit tafereel. Oude afgereden bussen die direct na
de oorlog werden ingezet, maar verdrongen werden door nieuw materieel. |
Deze “bussen” waren echter
echte noodbussen. De passagiers zaten op drie langsbanken onder een zeildoekhuif
met celluloid ruitjes, welke aan de achterzijde geheel open was.
Een steil trapje achter aan
de wagen bevestigt, gaf toegang tot het interieur.
Volgende Pagina