AEC-VERHEUL een bustype om bij stil te staan.

 

Het doet ons een groot genoegen om in dit boek een bustype te belichten die binnen HTM veel naam heeft gemaakt. HTM heeft veel ervaring opgedaan met dit Britse bustype dat na de oorlogsjaren een van de weinige merken was die voor de vervoersbedrijven ter beschikking kwam. De AEC was ook een merk dat HTM naar Zuid-Amerika bracht. Hierover is veel te lezen in het hoofdstuk 2 De wederopbouw van de autobusdienst-HTM in de extra bijlagen van het boek De laatste bus op Dolle Dinsdag. Omdat er veel reactie’s zijn gekomen over het verloop van de AEC-bussen is besloten aan dit type bus een hoofdstuk te wijden over het wel en wee in de loop der jaren.

Naarmate het einde van de AEC’s in het zicht kwam stegen de personeels problemen bij HTM tot ongekende hoogten. Nieuwe bussen moesten noodgedwongen worden verkocht.

We hebben het hier over de veel geroemde AEC’s, type REGAL MARK 4A met de overbekende VERHEUL carrosserie.

Zoals geschreven was het in die tijd bijzonder moeilijk om nieuwe chauffeurs aan te trekken waardoor uiteindelijk slechts de serie 501 t/m 580 in de Hofstad op straat aan de slag kwamen.

Tegen het eind van 1959 werden de 581 t/m 585 slechts in de maanden november 1959 tot januari 1960, vooral op lijn 15 (Staatsspoor-Meppelweg) is dienst gesteld, doch verdwenen zij in de laatst genoemde maand weer terug in de garage waar ze op blokken werden gezet.

De bussen verbleven samen met de 586 t/m 605 en de Kromhouten 316 t/m 330 tot het midden van 1961 op blokken staan totdat men noodgedwongen met bemiddeling van Verheul over moest gaan deze bussen aan Argentinië te verkopen.

Doordat AEC verplichtingen had met bedrijven in Zuid-Amerika en met name in Buenos Aires, de hoofdstad van Argentinië, kon deze verkoop worden gerealiseerd, omdat AEC zich had verplicht om voor een bepaalde datum een groot aantal bussen aldaar te doen leveren.

Door stakingen in de Britse staal industrie moet AEC in de problemen zijn gekomen voor de levering van chassis, zodat de HTM-AEC’s een bijzonder welkome aanvulling betekende in de levering ervan.

Een fraaie kleurenfoto van de AEC/Verheul 529 tijdens de actieve dienst bij HTM. Deze bussen waren erg geliefd bij de chauffeurs.

Men ving twee vliegen in een klap, AEC kon aan zijn verplichtingen voldoen en HTM was van een aantal niet te gebruiken bussen verlost.

Bij Verheul werden de bussen voor het tropische klimaat aangepast en de ex-HTM serie 581 t/m 605 werden vanuit de haven van Rotterdam verscheept.

Nadat de schepen Rotterdam achter zich hadden gelaten ontstonden diverse geruchten, dat tijdens een zware storm, tijdens de overtocht een drietal bussen overboord zijn geslagen en op die manier een roemloos einde vonden in de golven.

De koper van deze bussen was de staatsregering van Argentinië. In augustus 1961 werden deze wagen dus vanuit Rotterdam naar Zuid-Amerika verscheept waar ze begin november van dat jaar in Buenos Aires aankwamen.

In Scheveningen werd lange tijd geleden de ex-HTM 552 teruggevonden als bouwkeet. Toen men navraag naar de bus deed, bleek de wagen plotseling te zijn verdwenen en sindsdien zijn alle sporen naar die bus in het niets opgelost.

De staatsregering van Argentinië was juist bezig het tramsysteem in de hoofdstad Buenos Aires te vervangen. Men beschikte daar over veel oude trams en bussen van onder andere de merken Mack, GM (1948) en Leyland uit de jaren 1951, die allen in bijzonder slechte staat verkeerden.

De AEC/Verheul werd Aclo/Verheul, want dit was de naam die men er in Argentinië aan gaf. De bussen werden door een particuliere busonderneming aangekocht, namelijk het bedrijf Tranportes Floresta.

Floresta komt van een tramstation die door een aantal buslijnen werden aangedaan. Dit waren de lijnen 5, 43, 89 en 99. De ex-HTM-ers reden voornamelijk op de lijnen 43 en 99.

De bussen werden in een zilver-grijze kleur afgeleverd. De Aclo/Verheul bussen bleken in totaal geen succes in Buenos Aires te zijn. Na vijf jaar hun diensten te hebben gereden werden de bussen afgevoerd en aan de particuliere busonderneming Compania de Omnibus Explanada verkocht. Dit busbedrijf was gevestigd in de stad Mar del Plata, op zo’n 400 kilometer ten zuiden gelegen van de hoofdstad Buenos Aires.

Alle bussen werden bij deze onderneming in een licht gele kleur geschilderd en deden mee in de actieve dienst tot ongeveer 1969. De meeste wagens werden daarna buiten dienst gesteld en een aantal ervan werd gesloopt.

Maar zoals bijna altijd, er bleven enkele bussen de sloop bespaard. Een bus werd in slechte staat teruggevonden in een klein stadje Bragado genaamd op zo’n 350 kilometer ten westen van Buenos Aires. Een andere bus werd teruggevonden in een depot van een landbouwmachinebedrijf in de provincie Entre Rios. Enige jaren geleden werd door iemand verteld dat hij een van de bussen vanuit de trein had gezien op het traject Retiro-Tigro bij het station Belgrano. De bus werd aldaar gebruikt als mobiele bouwkeet.

In het midden de AEC 540 kort voordat de wagen door een slippartij zou verongelukken. De bus reed tegen een boom en was total-loss.

Naast deze ex-HTM bussen reden nog enige export bussen rond die bijna gelijk waren aan de ex-HTM bussen. Dit is eigenlijk alles wat er over deze Aclo/Verheul is te vertellen.

De eerste AEC bussen worden afgevoerd.

Het is eind december 1972 toen de nieuwe DAF’s 276 en de 277 bij HTM werden afgeleverd. Deze bussen behoorden tot de serie 276 t/m 300, die de laatste AEC/Verheul moesten gaan vervangen.

De eerste AEC’s die uit dienst werden gesteld waren de 533, 543, 564, 566 en de 567. Deze bussen werden in januari 1973 aan een sloper/handelaar in het Belgische Lebbeke verkocht. De 564 verkeerde in een slechte staat en werd daarom door HTM slechts sporadisch gebruikt om in de zomerdienst van 1971 maanden lang buiten dienst te zijn gesteld.

De ex-HTM AEC-559 als een bouwkeet bij een bedrijf in Vlaanderen. Deze bus kwam in aanmerking voor restauratie, doch de Belgische eigenaar eiste zoveel geld, dat het onmogelijk was deze bus te verkrijgen

En.... zo volgden meerdere AEC’s de weg naar hun einde.

De 578 werd verkocht aan de ENHABO, een busonderneming die het busvervoer rond Amsterdam exploiteerde. Dit bedrijfje had al een aantal Amsterdamse AEC’s (serie 200 t/m 244) in eigendom en/of bruikleen van het Amsterdamse GVB

Een mooie foto van de ENHABO-89, een in huur genomen bus afkomstig van het GVB Amsterdam.

verkregen. HTM komt met de ENHABO overeen dat 9 buiten dienst gestelde HTM-AEC’s bij de ENHABO in dienst te stellen ter vervanging van de slechtste exemplaren die bij dit bedrijf rondreden.

Het lag in de bedoeling de ex-HTM-ers als plukbussen te gebruiken om de busvloot gaande te houden Ook was de mogelijkheid open gehouden om een aantal ex-HTM bussen bij de ENHABO in dienst te stellen ter vervanging van de oudere exemplaren.

De laatste AEC-rit bij ENHABO. Deze AEC, afkomstig van het GVB-Amsterdam is de 244, die later in het busbestand van de MUSA werd opgenomen. Met onderdelen van ex-HTM bussen is deze wagen gerestaureerd en rijdt nog heden ten dage bij de MUSA.

In praktijk is hier niets van gekomen.

Zeker is dat HTM de beste exemplaren aan de ENHABO heeft overgedaan en de bussen in een slechtere conditie werden naar de handelaar in België verkocht.

Zeker is dat de ex-HTM plukbussen er voor hebben gezorgd dat de ENHABO-AEC’s, waaronder de 244, thans eigendom van de MUSA, nog tot begin 1975 hun diensten hebben gereden.

De HTM-558 ontsprong de dans. Deze bus werd bij HTM voor vervoerstelling in dienst gehouden en werd daarop tot enquêtebureau omgebouwd.

De 542, een vaste lesbus en de 544, een facultatieve lesbus, werden in dienst gehouden. Deze wagens keerden niet terug in de normale dienst, maar werden voor het eerste doeleind gehandhaafd.

Op 1 juni 1973 stonden de ex-HTM bussen 542, 552 en de 562 op het terrein van de ENHABO te Landsmeer. Een aantal werd gebruikt als plukbus en enkele werden gereserveerd om oude bussen van ENHABO te vervangen.

Na 9 maart werden de AEC’s uit de 500 serie in hun activiteiten verder beperkt tot het rijden van schoolkinderen ten behoeve van schoolzwemmen en museumbezoek. Slechts sporadisch werden deze overgebleven bussen ingezet op de lijnen 5, 13, 18, 23 en 25, en dan alleen na voor een spitsrit.

De ex-554 werd onder wagennummer 2 in dienst gesteld bij de Stichting Ontspanning Gehandicapte Jeugd en reed onder de naam "Onze Wijde Wereld" rond en verschafte veel genoegen aan de gehandicapte kinderen.

De laatste officiële ritten werden op 29 juni 1973 gereden door de 547 en 551 en wel ten behoeve van het kindervervoer. Op zaterdag 30 juni 1973 reed de 551 de officiële afscheidsrit.

Zoals geschreven, de 558 bleef als enquete-bureau bij HTM behouden. Deze wagen werd echter op 19 mei 1977 afgevoerd en vervangen door de CSA-I nummer 135. Tot 1977 was in Den Haag ook nog actief de in 1970 tot gehandicaptenbus omgebouwde 554 die, getooid met de naam ONZE WIJDE WERELD, nog vele kilometers heeft afgelegd.

De AEC-554 werd na uit diensttreding omgebouwd voor gehandicapte vervoer. Hier zien we deze bus die vele, en vele kilometers heeft gemaakt om de gehandicapte jeugd weer wat verlichting te geven.

Met de 500'en, die per stuk ongeveer 650.000 kilometers hebben gereden, verdween ook het crème/groen uit de Haagse straten.

De 558 werd later door de inzet van enkele Haagse belangstellenden als museumwagen behouden en opgenomen in het wagenpark van de SVA (Stichting Veteranen Autobussen). De bus werd voorlopig ondergebracht in de WN-garage te Loosduinen. Na ruim een jaar vertrok deze bus (558) van uit deze garage naar de SVA-vestiging in Oud-Gastel in Noord Brabant. Nadat hier enige tijd aan de bus was gewerkt kwam men tot de conclusie dat de ex-HTM 558 in een te slechte staat verkeerde om voor een algemene restauratie in aanmerking te komen.

Men had becijferd dat een restauratie een hoog geld bedrag vereiste, iets dat men niet voorhanden had.

Hier zien we de HTM AEC-558 tijdens een dienst in de Hofstad. Deze bus zou de slopersdans ontspringen, omdat de wagen na buiten dienststelling omgedoopt werd tot enquêtebureau.

Men besloot de bus te verkopen aan een sloper. Enkele onderdelen van de 558 hebben nog een rol gespeeld bij het weer op de been helpen van de Kromhout 327, die net op dat moment in herstelling was. Zo zijn de linkerfilmkast en de ronde stukken plaatwerk aan de achterzijde van de 327, van de 558 afkomstig.

De 558 is kort daarop compleet met motor afgevoerd naar een naburige sloperij.

Het valt zeker te betreuren dat het Haags Openbaar Vervoer Museum toen nog in een zeer prille fase van ontstaan verkeerde en niet bij machte was de 558 van deze eerloze afgang te redden.

En....dan zien we hier op de foto de HTM-558 in de tweede boog van de garage aan de Fruitweg staan, in dienst van het telbureau, die er nog lange tijd mee heeft gereden totdat de bus werd vervangen door de uit dienst genomen CSA-I 135.

Want hoe in een later stadium ook werd gezocht en gespeurd, een goede AEC bleek niet meer te vinden!

Het einde van de ex-HTM 558. Restauratie van de bus zou zoveel geld kosten, een bedrag dat niet was op te brengen. Dus werd besloten de bus maar af te voeren. Men nam een besluit, het einde van een zichtbare AEC. Jammer, ten spijt voor de toekomst, nimmer zal een AEC behouden blijven voor de toekomst.
Het speelde af in een tijd dat de bomen tot in de hemel groeiden. De bus van DE WIJDE WERELD was niet meer nodig, werd naar de oude remise 's-Gravenmade gereden werd in brand gestoken en in stukken gesneden. Men had toen nog geen besef  van een erfgoed, iets behouden voor het nageslacht. Bij de tram lukte dat wel maar de bus was een ondergeschoven kindje. Gelukkig is dat tegenwoordig wel anders,  maar voor veel bussen helaas te laat. Deze foto's komen uit het archief van Ruurd Berendes.

Bij dit verhaal wil ik graag de volgende mensen danken voor hun bereidwillige medewerking:

Jac. Van Nieuwenhuizen,

Peter Nijbakker,

Jan Voerman,

Nick Roestenburg,

Joop Solleveld,

Ton Dieben en

Ruurd Berendes.

 

(c) OV in Boskoop - Alle rechten voorbehouden-Overname in gedrukte of digitale vorm zonder toestemming niet toegestaan