Toch nog iets over HTM-bussen die naar elders werden verkocht.

Op verzoek van een aantal lezers willen wij toch even terugkomen op de HTM-bussen die noodgedwongen moesten worden verkocht omdat men met een groot tekort aan chauffeurs kampte. In dit boek hebben we kunnen lezen hoe nieuwe bussen van HTM door bemiddeling van Verheul naar Argentinië werden verkocht. Men wist de overtollige bussen niet alleen aan dat land te sluiten.

Een schitterende foto van de AEC 107, die tijdens de aflevering bij HTM werd gemaakt.

We zullen even stilstaan bij de serie 96 t/m 110, AEC 4/VERHEUL, 1952-1961. Deze serie was de laatste serie die in 1952 bij HTM werd afgeleverd. Deze serie werd aangeschaft in verband met de geplande overname van de NZH-tramlijn Scheveningen-Voorburg. Ook deze bussen waren van een underfloor-motor voorzien zodat HTM in ruim een jaar tijd maar liefst 60 van deze bussen binnen haar bestand kreeg.

Pas in 1959 werden deze groene bussen hergeschilderd in de nieuwe kleurencombinatie, wat samenviel met een revisiebeurt. Deze zwaar sturende wagens werden veelal op lijn 23 gezet tot vreugde van de chauffeurs.

Foto's van de 96 t/m 110 in de nieuwe kleurencombinatie zijn heel schaars.En....als we foto's zien van bussen uit de serie 96 t/m 110, dan zijn die meestal gemaakt op de lijnen K/22 en L/23, zoals op deze fraaie foto gemaakt door J.C.M.Offerman van de 103 op lijn 23 (natuurlijk) in de Gentsestraat op 11 juni 1959.

In verband met het grote overschot aan bussen dat toen bij HTM bestond werd deze serie eind 1961 via Verheul in haar geheel naar Bengazi in Libië verkocht.

Deze afvoer vond plaats tussen 29 november 1961 en 15 februari 1962. Als eersten vertrokken de 98, 104, 105, 108, 109 en 110.

Als laatste vertrok de 107. De AEC’s hebben HTM slechts 9 jaar mogen dienen maar het feit dat sommige oudere chauffeurs de kwaliteiten van deze serie tot op de dag van vandaag roemen bewijst dat zij bij het rijdend personeel een warme herinnering hebben achtergelaten.

Ook over de serie 306 t/m 330, KROMHOUT/VERHEUL, 1955-1972 is ook nogal wat te vertellen.

In 1957 kwam het zelfs tot een nabestelling van 25 bussen, nu echter van het type KROMHOUT TBZ 110A. Het chassis van deze wagens verschilde in geringe mate van dat van de serie 226 t/m 305.

Buschauffeur-collega Harrie Laming maakte deze prachtige kleurenfoto van de 306 en de 312 broederlijk naast elkaar. Het komt maar zelden voor dat we zulke fraaie opnames krijgen van betreffende busserie.

Het belangrijkste verschil lag in het remmend oppervlak van de voorste remtrommels van de nieuwe serie; dit was aanmerkelijk groter dan dat van de 226 t/m 305. Op een droog wegdek kwam dit de remprestaties ten goede maar bij regen en gladheid hadden deze bussen een grotere neiging tot slippen dan de eerder genoemde serie. Dit is voor HTM tot het einde in 1972 reden geweest de 306 t/m 315 bij dergelijke slechte weersomstandigheden zoveel als mogelijk in de garage te houden. Voorts week de carrosserie van de 306 t/m 330 in geringe mate af van die van de 226 t/m 305.

De 226 t/m 305 hadden uitspringende raamlijstingen, terwijl die van de 306 t/m 330 vrijwel vlak met het glasoppervlak liepen.

Voorts was de kleur van de wagenbak niet crème maar ivoor en was onder de voorruiten geen groene band aanwezig, wat de 226 t/m 305 wel hadden.

Door het enorme overschot aan bussen op het eind van de vijftiger- en het begin van de zestiger jaren, iets wat in de hoofdstukken al meerdere malen ter sprake is gekomen, kwamen de 316 t/m 330 nooit bij HTM aan de slag. Achteraf gezien een mooi staaltje van kapitaal vernietiging...!

Van deze vervolgserie kwamen in 1958 slechts de 306 t/m 309 en de 311 t/m 314 in dienst.

Pas in 1960 werden hier ook de 310 en 315 nog aan toegevoegd. De 316 t/m 330 bleven op blokken in de garage en werden uiteindelijk in 1962 nieuw aan de RET in Rotterdam verkocht.

De 317 vertrok als eerste naar de RET op 15 februari 1962 en de 326 als laatste op 2 augustus 1962. Deze bussen werden door de RET slechts tot 1970 gebruikt en kwamen dus na slechts 8 jaar buiten dienst, waarmee de tragedie die deze (deel)serie heeft getroffen compleet is. De RET vernummerde de 316 t/m 330 op nummervolgorde 601 t/m 615.

En....deze foto is heel bijzonder. Jan Offerman maakte deze in de garage aan de Fruitweg. We zien de opgelegde bussen, op de voorgrond de 311 met daarachter een Pekelbus. Het was destijds door HTM verboden om foto's te maken van opgelegde bussen en toentertijd hield men zich (bijna) altijd aan dat soort orders.

De 310 en 315 maakten het bij HTM ook niet lang. Reeds in 1969 werd dit tweetal, nog ivoor van kleur en zonder één enkele revisie te hebben ondergaan, voor sloop verkocht.

De enige kosten die HTM aan de 310 en 315 heeft gemaakt was het vervangen van de automatische versnellingsbak van deze bussen door een halfautomatische in 1968. Deze halfautomatische bakken waren afkomstig van de eerste sloop-226'ers die in 1968 werden afgevoerd.

De 306 t/m 315 waren bij aflevering van een automatische versnellingsbak voorzien.

In Den Haag hebben de 306 t/m 315 hiermee tot 1968 gereden waarna zij werden vervangen door halfautomatische exemplaren. Ook bij de RET voldeden de automaten niet en werden zij vervangen door een halfautomatische 2-bak. De half-automaten van HTM waren 4-bakken.

In het algemeen kan worden gesteld, dat de 226 t/m 305 voornamelijk op de echte stadslijnen hebben gereden. De 306 t/m 315 hebben was dat betreft wat gezworven en waren dan weer op een stadslijn en dan weer op een buitenlijn te vinden.

Vooral op het eind van hun loopbaan waren zij veelvuldig op lijn 26 te vinden. De lijnen met een meer interlokaal karakter en de zwaardere stadslijnen werden vrijwel uitsluitend met de AEC’s van de serie 501 t/m 580 gereden, dit voor wat betreft HTM.

Men moet toch toegeven dat in die korte tijd dat dit soort bussen sporadisch op de weg kwam, men er een kleurenfoto van wist te maken. Vriend Harrie Laming kreeg het voor elkaar en maakte deze mooie opname van de 313 die op een dienst rijdt.

De 226 t/m 315 hebben het erg goed gedaan en velen zagen dit stoere materieel node vertrekken.

Zo af en toe kwam men in het verleden nog wel eens een taai exemplaar ergens op een sloperij in Nederland en België tegen, maar na een fors aantal jaren in regen en wind viel er niets meer van te maken.

Wij prijzen ons dan gelukkig dat het HAAGS BUS MUSEUM in 1979 van de luchthaven Zestienhoven bij Rotterdam de ex-HTM 327, ex-RET 612 hebben kunnen kopen en met veel werk en hulp van HTM de bus weer in originele staat hebben weten terug te brengen.

Met deze bus wordt de herinnering aan deze magnifieke Haagse serie autobussen levend gehouden.

De laatste dienstwagen van deze serie was de 299 die op 30 maart 1972 in de ochtendspits op lijn 7 reed.

Op 1 April van dat zelfde jaar reed de 313 nog een afscheidsrit voor belangstellenden en hiermee kwam een definitief eind aan de "Tikkers" en aan 36 jaar oude relatie KROMHOUT/HTM.

Deze foto werd wederom door Jan Offerman gemaakt en toont de gloednieuwe, nog zonder kenteken, op het garageterrein Telexstraat op 28 september 1958. De 310 moest nog ruim twee jaar wachten, alvorens dienst te mogen gaan doen. Maar.... de 310 was ook de bus die als eerste uit die serie zonder een revisie te hebben ondergaan, werd gesloopt.

Sieg van Zweden, vaak een redder in nood, stuurde ons deze foto van de HTM-1. Maar bij deze foto hoort ook een verhaal....

Opvallend op de foto is dat we een HTM bus zien de nummer 1 en wel voor het Station Hofplein in Rotterdam. Maar op de zijkant van de bus is toch heel duidelijk het RET-vignet van destijds waar te nemen, hoe zit dit eigenlijk...?

Het gaat hier om de serie 1 t/m 20, Kromhout/Verheul TB 50, 1951-1967.

Als gevolg van de redelijk goede ervaringen met de Engelse AEC-proefbus nummer 96 in 1950 bestelde HTM 20 bussen met een zogenaamde underfloor-motor. Kromhout leverde het chassis van bus nummer 1 in juni 1951 af, waarna carrosseriebouwer Verheul de opbouw ter hand nam, Op 22 december 1951 werd de 1 bij HTM afgeleverd.

Na jaren dienst te hebben gedaan werden ook deze bussen aangepast. Het overschilderen in de nieuwe HTM-kleuren à la de series 226 t/m 315 en 501 t/m 580 ving voor deze serie begin 1959 aan en was in 1960 voltooid.

In verband met inkrimpen van de diensten in 1960 komen de bussen uit de serie 1 t/m 20 steeds meer op reserve te staan. In december 1961 stonden de 4, 5, 6 en de 14 reeds als mottenballenvloot terzijde. De officiële diensten op lijn 1 werden in juni 1962 beëindigd. Een groot deel van de serie werd nu opgeslagen onder de overkapping op het voorterrein van de garage Telexstraat.

De 1 t/m 10 werden van november 1964 tot mei 1965 aan de RET in Rotterdam verhuurd waar zij voornamelijk op lijn 30 naar Katendrecht (!) Kwamen te rijden.

Bij HTM waren op dat moment nog slechts de 11 t/m 14 voor de dienst beschikbaar. Deze wagens reden toen onder andere de extra "Vredenstein-bus" van lijn 26.

Hun door het personeel gehanteerde bijnaam van "kleintjes" zegt genoeg over hoe er over deze serie binnen HTM werd gedacht.

Op deze foto zien we de 2 nog in het oude kleuren schema van HTM op de Potgieterslaan.

Het is 5 juni 1958. De nog bijna nieuwe Kromhout 271 staat aan het beginpunt Staatsspoor gereed voor de terugrit naar Morgenstond. In dit geval schrijven we over de KROMHOUT 271, een wagen die in 1957 bij HTM werd afgeleverd met kenteken SB-51-26.

 

Van stadsbus naar mobiel laboratorium

In de jaren 1955 tot en met 1958 werden door HTM 210 autobussen aangekocht. Deze wagens waren van het fabrikaat Kromhout/Verheul serie 226 t/m 330 en van het merk AEC/Verheul serie 501 t/m 605.

 

 

 

Na 13 jaar door weer en wind zijn dienst te hebben gedaan viel ook voor deze bus HTM het doek. Kenners noemde deze bus de ‘lelijkste’ van allemaal, omdat het uiterlijk in de loop daar jaren er steeds minder fraai uit ging zien. De diverse schades die de bus had opgelopen werden provisorisch gerepareerd en werd de wagen op allerlei plaatsen bijgeschilderd. Daardoor hadden verschillende stukken beplating een andere kleur. Daardoor oogde de 271 in zijn nadagen bepaald niet en leek na buiten dienststelling dan ook rijp voor sloop.

Maar, soms lopen zaken anders dan men zou verwachten, op 22 juni 1970 werd de bus verkocht aan de firma Takken gevestigd in Hoofddorp.

Na verkoop werd de bus in 1973 door een hobbyist in Halfweg ontdekt. Deze noteerde de naam op de bus, te weten James Howden.

Dit bedrijf werd dan ook onmiddellijk benaderd en men stuurde een folder van dit bedrijf.

Wat was er eigenlijk met deze bus gebeurd? De 271 was uitvoerig omgebouwd tot een mobiel laboratorium. Men had een testinstallatie voor waterzuivering ingebouwd. De foto’s hieronder toont de verbouwde 271 alsmede het interieur. De bus zou tot medio 1976 door dit bedrijf zijn gebruikt waarna het spoor is bijster geraakt.

 

Ruurd Berendes stuurde ons deze foto van de RET-609, de ex-HTM 324. We  zien de wagen in dienst op de lijn 30 Katendrecht v.v. Maar....let goed op de bus en dan wel het front net onder de voorruit, bij de RET heeft men het Verheul vignet  in de chrome snor verwijderd en er een fraai RET-vignet in geplaatst.

Nadat HTM deze serie bussen naar de RET verkocht hebben deze wagens op lijn 30 aldaar nog een lange tijd dienst gedaan. Maar zoals altijd, eens komt een eind aan alles, hier zien we een van deze bussen op de sloop het einde nabij. Het gaat om de ex-HTM-325, de ex-RET-610 bij sloper Pametex in de Binckhorst te Den Haag, vastgelegd door Ruurd Berendes op 16 februari 1987.
Het is heel uniek foto's tegen te komen van ex-HTM in dienst bij de RET. We zien hier de ex-HTM-316 als de RET-301 op het Hofplein in Rotterdam. De foto werd gemaakt op 16 juli 1966. Opvallend hierbij is dat het Verheul-embleem in de snor (grill) er nog op gemonteerd is, later zou de RET deze gaan vervangen voor een heus RET-embleem. De foto mochten wij ontvangen van Ruurd Berendes.

Ruurd Berendes,

Peter Nijbakker en

Bart Rijnhout

 

(c) OV in Boskoop - Alle rechten voorbehouden-Overname in gedrukte of digitale vorm zonder toestemming niet toegestaan