Over bussen kun je van alles schrijven, over vervoer
ook. Zeker is het belangrijk om te weten hoe de autobusdienst-HTM haar wagens op
de weg wist te houden, maar een wat minder bekend verhaal zijn de wagenmakers,
de monteurs en de storingsdienst die de bussen moeten repareren. Dit onderdeel
is altijd een ondergeschoven kindje geweest in de geschiedenis van HTM. Maar dit
hardwerkend volk heeft het gepresteerd om in goede en vooral in slechte tijden
met veel kunst- en vliegwerk de bussen op de straat te krijgen en te houden.
 |
| Een fraai beeld van de
juist in gebruik genomen garage aan de Viaductweg. Deze garage zou een
belangrijke stap zijn in de ontwikkeling van de Autobusdienst van HTM. |
Met veel respect voor deze groep collega’s wil ik graag
een overzichtje geven hoe het werk in de loop der jaren heeft plaatsgevonden en
dan moeten we ons bedruipen met foto’s.
Ik heb vele verhalen van de mensen gehoord, hoe men
vroeger, door gebrek aan onderdelen zelf achter de draaibank moest staan, of als
een timmerman aan een carrosserie moest werken. Platen walsen zoals dat bij de
busbouwer ook werd gedaan.
Elke bus moest een onderhoudsbeurt ondergaan, ze werden
veelal vertroeteld als kinderen.
Het is niet alleen van deze tijd dat je een monteur kan
aanspreken om hem te vertellen dat een bepaalde bus nukkig is. Ook in de
voorgaande jaren vond dit plaats.
Als bussen een grote schade opliepen dan was er voor de
leiding een keus te maken gezien de dagwaarde, of zo’n bus bus de busbouwer
herstelt zou worden of dat men het in de eigen werkplaats kon doen om zo de
vrije uurtjes in te vullen. Laat ik u vertellen dat heel wat zware schades door
onze eigen mensen zijn hersteld en op een wijze waar een busbouwer nog aan kan
tippen.
|
 |
|
De oorlog was achter de rug en men kon
met nieuw materieel aan de gang. Eindelijk kwam er ook voor de
Technische Dienst een rust periode waarin men weer aan opbouwen
kon gaan denken. Het kust en vliegwerk werd omgezet in vastgelegde
regels, de bussen moesten rijden.... |
Men begon aan de bussen te werken in de oude stoomtram
remise aan de Rijswijkseweg. Het was evenwel een hele omschakeling om van de
trams en treinen over te stappen op de bussen, een fenomeen dat in die tijd nog
in de kinderschoenen stond.
Nadat de "wilde bussen" een hoofdstuk afsloten kwam er
voor HTM een tijd van een eigen bussen bestand. Dat betekende dat de bussen in
een bestand werden opgenomen, dat men een overzicht kon maken van de staat
waarin die bussen verkeerden.
Nieuwe instroom van moderner materieel betekende voor de
monteurs een overschakeling van hun werkzaamheden.
Toen de oorlogsjaren in het zicht kwamen betekende dit
een toenemend tekort aan materialen. Toen de bezetting eenmaal een feit was
geworden, werd de in 1931 gebouwde garage aan de Viaductweg voor een groot deel
door de bezetter "gevorderd". Men moest naast elkaar met de vijand samenwerken.
De bussen dienden op de weg te blijven.
Naarmate de tijd verstreek en de oorlog op een
hoogtepunt kwam, was er een enorme schaarste aan brandstoffen, banden enz. De
houtgasgenerator werd geďntroduceerd en dus moest men alles uit de kast halen om
aan dit feit het hoofd te kunnen bieden. Daarover is genoeg geschreven in het
boek De laatste bus op Dolle Dinsdag.
 |
| Deze foto is heel
bijzonder. Aan de typen bussen zien we wat er in die na-oorlogse jaren
aan bussen bij HTM in dienst waren. Dat betekende echter, elk model of
type had hun eigen onderdelen voorraad nodig, de kundigheid van de
monteurs, maar de Autobusdienst was weer de trots van de Hofstad, HTM
was er weer voor de passagiers....! |
Het zwaarste karwei dat de Technische Dienst onder
handen kreeg was direct na de bevrijding. Een aantal bussen, beter gezegd
wrakken, was in de werkplaats achtergebleven en men moest zien om met weinig
deze wagens weer rijdbaar te maken. Aan alles was een gebrek. Toch wist men met
grote inzet snel weer bussen op de weg te krijgen.
Daarnaast had men natuurlijk te kampen met de terugkeer
van verdwenen materieel. Dat waren over het algemeen geen rijdbare bussen meer,
maar totale wrakken van alle noodzakelijke onderdelen ontdaan.
 |
| Deze foto mag beslist niet
ontbreken in dit overzicht van de Technische Dienst. Men heeft er
destijds een show van gemaakt om deze bussen zo te plaatsen dat er een
traditionele statiefoto van kon worden gemaakt. |
 |
| Een oude streekbus werd
door de technische Dienst van HTM op een fraaie wijze omgebouwd tot een
cabriolet bus, die voor allerlei doeleinden gebruikt kan worden. We zien
Sint Nicolaas bij zijn intocht aan de Scheveningse haven. |
Toen deze moeilijke tijd aan een eind begon te komen
werd het tijd voor HTM om nieuwe bussen te bestellen.
De Technische Dienst groeide mee en zette een stempel op
het onderhoud van HTM-bussen.
Bijna 70 jaar hebben deze mensen in de garage aan de
Viaductweg hun werk aan de wagens uitgevoerd totdat de garage zou worden
verkocht voor een simbolisch bedrag van slechts EEN gulden aan de Gemeente Den
Haag.
 |
| Toch een van de laatste
beelden van de werkplaats aan de Viaductweg. De CSA-II bussen staan
gezamenlijk met de witte Neoplan bussen op de putten voor periodiek
onderhoud. De laatste dagen van de Viaductweg garage zijn geteld, HTM
heeft andere plannen..... |
Naast de garage aan de Fruitweg was een nieuwe,
hypermoderne werkplaats gebouwd, kleiner als de Viaductweg, maar veel
efficiënter.
Daar worden heden ten dage onze bussen onderhouden. Aan
niets is een te kort, een fraaie wagenmakerij, modern gereedschap en een zeer
geavanceerd systeem om per bus alles te weten wat voor het onderhoud nodig is.
Zonder deze mensen zouden wij als chauffeur nimmer met
een bus op de weg kunnen rijden.
Vandaar een kleine hulde aan de Technische Dienst, een
onopvallend groepje medewerkers die het verdienen om eens in het zonnetje te
worden gezet.