|
2. Op weg naar de mobilisatie
Voordat we ons toeleggen op de geschiedenis van de
AUTOBUSDIENST van de Haagsche Tramweg Maatschappij in de jaren 1939 - 1946, is
het wellicht aan te bevelen een uitgebreide inleiding te geven betreffende het
openbaar vervoer in het algemeen in die donkere jaren tussen 1936 en 1946. Dan
pas wordt het duidelijk wat de betekenis van de Haagse busdienst is geweest. Aan
het einde van dit verhaal gaan we ook in op de - vaak - moeizame wederopbouw van
het vervoer in Nederland in het algemeen. Dit geeft een heldere kijk op ons
busvervoer, zoals dat na de bevrijding in 1945, met veel kunst en vliegwerk,
weer op poten is gezet.....
 |
|
Vele openbare voertuigen gingen voor de
Duitsers verloren, omdat talrijke
Nederlanders dit materieel onbruikbaar maakten door ze eenvoudig in het
water te rijden, zoals op de foto goed te zien is. |
In 1939 was er bij de tramwegmaatschappijen en bij
enkele autobusbedrijven een duidelijke ontwikkeling waarneembaar.
Het ging in die tijd van vlak VOOR de Tweede
Wereldoorlog niet meer om afzonderlijk losse lijnen met trams of bussen. In
vervoerskringen zag men steeds meer in streekvervoer. De gedachte om tot een
zekere concentratie en netvorming te komen, dateert van de tijd na de Eerste
Wereldoorlog en werd bevorderd doordat het autobusvervoer zich in die tijd
ontwikkelde.
Het zijn ongetwijfeld de tramwegmaatschappijen geweest
die aan de streekvervoergedachten een duidelijke vorm hebben gegeven; maar men
kan ook autobusbedrijven noemen die tot een doelbewuste netvorming zijn
overgegaan.
Bij de tramwegmaatschappijen had reeds een zekere
concentratie plaats gevonden; dat gebeurde in de jaren tussen 1930 en 1936, toen
de overheid een aantal ondernemingen financieel hulp bood, waardoor
concentraties konden worden verwezenlijkt.
In Noord-Brabant was dat bijvoorbeeld de Brabantsche
Buurtspoorwegen en Autobusdiensten BBA, die in 1934 werd gesticht.
In Gelderland werd de exploitatie van de diensten van
trams, autobussen en vrachtauto’s van veel maatschappijen geheel in handen
gelegd van de Geldersche Tramwegen. In Drente nam in 1936 de eerste Drentsche
Stoomtrammaatschappij de exploitatie over van de Dedemvaartsche
Stoomtramweg-maatschappij en van de Spoorweg-maatschappij Meppel-Balkbrug, zodat
een aaneengesloten net tot stand kwam van Zwolle tot Ter Apel. De
Maas-Buurtspoorweg kreeg door overname ook een groter vervoersgebied, trouwens
er waren ook maatschappijen, die zich zodanig hadden uitgebreid dat zij hele
regio’s, ja zelfs provincies bedienden. Een fraai voorbeeld daarvan is de
Nederlandsche Tramweg-Maatschappij die als streekvervoerder in Friesland optrad.
Het verkeersgebied van de Zuidhollandse- en Zeeuwse eilanden werd grotendeels
bediend door de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij, terwijl men de Westlandsche
Stoomtram-Maatschappij zeker ook streekvervoerder mocht noemen.Het streekvervoer
kon zich voor de oorlog mede uitbreiden door een besluit van de spoorwegen; deze
gingen zich na een belangrijke reorganisatie specialiseren op de lange afstand,
vele stopplaatsen werden daarbij opgeheven; zodoende kreeg het streekvervoer
mooie kansen op het gebied van het personenvervoer als van het goederenvervoer.
In zijn boek STREEKVERVOER, geschreven tijdens de Tweede
Wereldoorlog, stelde
H.J.van Zuylen, dat het een algemeen Nederlands belang was
dat in landstreken die als een sociaal- en economisch-geografische eenheid
beschouwd kunnen worden, EEN enkele streekvervoerderorganisatie diende te
worden geschapen, waarin alle vervoer van een landstreek, met uitzondering van
het eigen vervoer, diende te worden samengebracht.
Van de vele fraaie gedachten en van de mogelijkheden om
het streekvervoer verder uit te bouwen, kwam voorlopig niets terecht. De Tweede
Wereldoorlog brak uit en sloeg ook in het Nederlandse vervoerswezen hard toe. In
het begin van deze oorlog beleefden de tramwegmaatschappijen eerst een goede
tijd. Doordat het vervoer van de weg naar de rails werd geleid, moesten lijnen,
waarop het personenvervoer gestaakt was, weer in gebruik genomen worden. Op ruim
400 kilometer stoomtramweg werd het reizigersvervoer hervat. Ook nog voor andere
factoren, - minder autobussen en personenauto’s, gebrek aan fietsbanden,
vordering van fietsen - nam het tramverkeer zeer toe.
Zowel in 1934 als in 1940 werden per tram 235 miljoen
passagiers vervoerd. Dit aantal steeg in 1941 tot 332 miljoen, in 1942 tot 487
miljoen, in 1943 tot het hoogtepunt van 656
miljoen!
Dit vervoer bestond voornamelijk uit reizigers in het
lokale vervoer; in 1943, 530 van de 656 miljoen.
De oorlogsjaren zijn voor de tramwegmaatschappijen en de
autobusondernemingen ook jaren vol zorg geworden. De diensten op zondag werd
sterk ingekrompen en moesten overdag korter rijden. "De Hohere SS-und
Polizeifuhrer brengt het volgende ter kennis: met ingang van 1 November 1940
moet het gehele trambedrijf in Nederland tot nadere aankondiging van 20.30 uur
(midden Europese zomertijd) tot 07.00 uur stopgezet worden".
Vele lijnen werden zelfs opgeheven en het personeel werd
in Duitsland te werk gesteld. Daarbij kwam dan nog de vordering van autobussen,
tramwagens en rails door de Duitse bezetters. Er heerste een gebrek aan
materialen. Vele verkeerskunstwerken waren al in de eerste dagen van mei 1940
verwoest. Evacuatie en inundatie maakten op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse
eilanden het vervoer volkomen onmogelijk.
In September 1944 ontstond door de spoorwegstaking,
waarvan ook personeel van de interlokale trambedrijven deelnam, grote chaos. Aan
het eind van dat jaar liepen er ook bij de lokale bedrijven, geen trams meer.
Elektriciteit was zo schaars geworden dat elektrische trams wel moesten stoppen.
Wagens van de interlokale tramwegen werden door oorlogshandelingen beschoten; de
maatschappijen hadden veel last van luchtbombardementen.....
 |
| Er zijn in Nederland tijdens de oorlogsjaren heel wat bussen gevorderd. Op
spoorwegwagons werden de wagens naar Duitsland afgevoerd. Een groot
percentage is nimmer teruggekeerd. |
|
 |
|
Tijdens de mobilisatie
toonde het Nederlandse leger haar sterkte. We zien hier een aantal
legerwagens in Scheveningen. |
|