|
3. ROTTERDAM in de meidagen van 1940
In Rotterdam was het gemeentelijk trambedrijf in het
begin van de oorlog zwaar getroffen. Door het bombardement in de meidagen van
1940 werd veel schade aangericht aan de bovenleidingen, alle rijtuigen bleven
bewaard, doordat geen remise bij het bombardement werd getroffen, terwijl het
busbedrijf wel zwaar door bommen op de garage werd beschadigd. De totale schade
beliep een half miljoen gulden.
In Rotterdam werd in de latere oorlogsjaren, evenals
elders, overgegaan tot het werven van vrouwen.
Hier een advertentie uit die dagen:
"Bij de R.E.T. is een aantal vacatures voor conductrice.
Vereisten: 19 tot 31 jaar, ongehuwd, lengte minstens 1,65 m. Zij, die bij de
Nederlandse Arbeidsdienst gediend hebben, genieten de voorkeur. Loon ƒ 21,- op
19-jarige leeftijd tot ƒ 25,50 met 23 jaar".
 |
Wegens een grote brandstofschaarste, werd
al spoedig naar alternatieven
gezocht. De houtgasgenerator bleek een haalbare zaak te zijn. Deze
Amsterdamse bus voert een gasgenerator achter zich die de brandstof
produceerde waarop de aangepaste bus kon rijden. |
Een maand later kon het publiek al de eerste conductrice
tegenkomen; in donkergroen mantelpak met een baret waarop stonden "Ick dien"!
In Arnhem heeft tegen het einde van de oorlog het lot
hard toegeslagen. Ook hier vond een ernstige beperking van de ritten plaats.
Speciaal op zondag werd weinig gereden; op de bekende ZEVENTIENDE September
1944, een zondag, waren de meeste trams dan ook in de remise, maar toen de
gevechten om de Tijnbrug losbraken, ging dit wagenhuis met alles trams in
vlammen op. Dat was het einde van de Gemeentelijke Electrische Tram Arnhem.
Het Haagss trambedrijf heeft veel te lijden gehad van de
aanleg van de kustverdedigingswerken met de anti-tank-gracht en de
bombardementen in de laatste maanden voor de bevrijding.
In Amsterdam werd de tramdienst op 9 oktober 1944
gestaakt. Toen gebeurde er iets dat nog lang enige bekendheid heeft gehad. Men
begon de houten blokjes tussen de rails op te breken om deze in de noodkachels
te gebruiken. Ze waren erg geschikt; want ze gaven lang warmte, doordat er veel
teer aanzat. Het was typisch voor Den Haag en Amsterdam, omdat het de enige
steden waren waar men dergelijke blokjes als bestrating toepaste.
Er deden zich tijdens de oorlog merkwaardige
veranderingen voor in het verkeerspatroon, ook was de vervoersmiddelen aangaat,
met name een terugkeer van de autobus naar de stoomtram. De autobusdiensten
werden overal ter besparing van brandstof en banden drastisch ingekrompen. Met
de voorraden benzine en gasolie was het slecht gesteld en distributie was reeds
in een vroeg stadium noodzakelijk. Zodoende werd uitgekeken naar een andere
brandstof. Er werd gereden op persgasinstallaties of met hout-, kolen- en
turfgasgenerators, waartoe, om zo te zeggen, een kompleet fabriekje achter de
bus moest worden meegezeuld.
‘Wij rijden op gas in uw belang",
stond er bij sommige maatschappijen op de bus te lezen.
Het bleek dat de autobussen het vervoer toch niet
aankonden en zodoende keerde, waar dat mogelijk was, de stoomtram weer terug.
 |
| Er waren vervoersmaatschappijen die leuzen
op de aanhangers voerden om het
publiek duidelijk te maken dat het in HUN belang is.... |
In 1939 waren bij de Gooische Stoomtram als grote
vernieuwing autobussen ingezet op de lijnen naar het Gooi. Maar de stoomtram
heeft een glorieuze come-back gemaakt. De echte Gooische Stoomtram keerde
voor een deel terug, namelijk van 18 mei 1940 tot 29 oktober 1947...!
Bij de Geldersche Tramwegen verschenen tijdens de oorlog
zowel de goederen-stoomtram als de personen-stoomtram op de baan als vervangers
van de vrachtauto en autobus.
Dat gebeurde al op 9 juli 1940 na de herstelling van de
brug over de Oude IJssel te Doetichem van de lijn ‘Doetichem- 's-Heerenberg’.
Later konden andere lijnen worden ingelegd, omdat de trambanen waren blijven
liggen. Daar heeft men ook een wonderlijke combinaties van generatorbussen
gekend op het traject Arnhem-Zutphen.
EEN bus was te weinig op deze lijn. Er werd een autobus
met daarachter een houtgasgenerator ingezet met een volgbus, welke met een
ijzeren stang aan de eerste werd bevestigd; in totaal 70 zitplaatsen...!
 |
| De autobusmaatschappij CITOSA kreeg het
voor elkaar om gedurende de gehele oorlog haar wagens door te laten rijden
en naar alle windstreken.... |
In 1942 werden bij de Westlandsche Stoomtramweg
Maatschappij, toen het autobusmaterieel sterk achteruit was gegaan, de
busdiensten Naaldwijk-Loosduinen en s’Gravenzande-Loosduinen, door tramdiensten
vervangen. De maatschappij zelf had geen personenrijtuigen meer, doch leende men
negen wagens van de Nederlandsche Spoorwegen, die indertijd gebruikt waren op de
lijn Alkmaar-Bergen aan Zee.
"Tenslotte valt nog op te merken dat in de tarieven geen
wijzigingen zijn aangebracht en dat in de tram geen indeling in klassen
bestaat", vertelt het officiële bericht.
Deze trams werden in verband met de grote hinder die het
goederenvervoer veroorzaakte ten aanzien van de personentrams, op 5 April 1943
weer opgeheven.
Bij de Nederlandsche Tramweg Maatschappij in Friesland
bleef de stoomtram op verschillende trajecten rijden. De maatschappij verkeerde
namelijk in de gelukkige omstandigheid dat het plan om alle nog rijdende
stoomtrams op 19 mei 1940 op te heffen, door de oorlog echter geen doorgang
vond. Zodoende konden die tramdiensten blijven bestaan.
 |
Arnhem heeft in de oorlog veel te lijden
gehad. Bijna alle trams en bussen
werden door oorlogsgeweld vernield, zoals op deze foto duidelijk te zien
is.
Een bus totaal in schroot veranderd aan de Eusebiusbuitensingel te Arnhem. |
Enkele stoomtramwegen hebben vooral in de laatste
oorlogsjaren een belangrijke bijdrage kunnen leveren in de aanvoer van
levensmiddelen, al of niet clandestien. Men kende hier en daar een zogenaamde "melkexpres".
Nederlanders, vooral uit de randstad, die op hongertocht naar Friesland
trokken, konden profiteren van de tramwegen van Lemmer naar Groningen, die
aansloten op de boten die naar Amsterdam voeren. Ook bij de autobusdiensten
vindt men gevallen van helpers in nood....
De toenmaals in Zuid-Holland opererende
autobusmaatschappij Citosa presteerde iets dergelijks. In de hongerwinter bleven
namelijk Citosa-bussen op de weg. In samenwerking met Haagse- en Rotterdamse
ziekenhuizen werd een nachtdienst van Zuid-Holland naar Leeuwarden gereden.
Overdag durfde men niet te rijden vanwege de gevaren van
beschieting. Op de heenritten werden zieken- en zwakke kinderen naar het noorden
gebracht; op de terugreis bracht men levensmiddelen mee naar de hongerende
ziekenhuizen.
 |
Deze Opel-autobus heeft een
BELLAY-anthracietgasgenerator als
brandstofproducent. |
|