8. Van een tocht met H.T.M.-bussen langs de Grebbe- en IJssellinies

De vraag wat er vernield was en wat er is gebleven na de felle strijd, waarvan het oosten van ons land gedurende (van 10 t/m 14 mei 1940) dat de oorlog over Nederland woedde het toneel was, vindt een antwoord in de bij dit artikel afgedrukte foto’s welke wij op deze pagina’s aan u voorleggen.

Een laatste groet bij de gevallenen.
Een gedeelte van de Grebbelinie, zoals zij na de strijd werd achtergelaten.
Op de achtergrond twee HTM-bussen, de '123' en geheel rechts de '136',
waarmee de pers een enkele dagen durende tocht langs de strijdtonelen
maakten.

Deze foto’s werden gemaakt tijdens een tocht, welke door de Duitse militaire autoriteiten gedurende enkele dagen door Utrecht en Gelderland voor de pers werd georganiseerd, opdat men zou kunnen aanschouwen, dat wat vernield werd, uitsluitend uit oorlogsnoodzaak is beschadigd en hetgeen dat ongerept werd gelaten wat buiten het eigenlijke krijgsgebied lag.

De tocht van enkele dagen werd gemaakt in twee van de HTM gehuurde bussen, die met chauffeurs het rampgebied doortrokken. Zo kon het gebeuren, dat in de onmiddellijke nabijheid een opgeblazen brug en ongeschonden fabrieksgebouwen die waren blijven staan, een spoorwachthuis met slechts de vensterruiten gesprongen, waarneming kon worden gedaan.

Slechts Rhenen, Wageningen en de Grebbe zijn zwaar geschonden door de geweldige strijd, welke rond dit zo belangrijke verdedigingspunt werd gevoerd. Als door een wonder bleef de Gunerakerk, welke nog in de herstellingssteigers stond, voor vernieling gespaard. Op de Grebbeberg zelf heeft men, onder het groene loof van de bomen, de soldaten van Nederland en Duitsland die in die slag vielen, broederlijk te rusten gelegd!

Hauptmann van der Decken vertelt aan de aanwezige pers, hoe de Duitse stormtroepen bij hun voordringen in onze linies hun grootste verliezen leden door de beschietingen uit deze snel, onzichtbare loopgraven, waarin Nederlandse soldaten zich schuilhielen.
Om de doorgang te versperren, was ook de Zutphense IJsselbrug door onze troepen opgeblazen.
Boven de bouwvallen van de oude, eens zo schilderachtige stad Rhenen, verrijst het ongeschonden gebleven silhouet van de Cuneratoren.

Van de ontroerende plechtigheid, waarbij namens de Bevelhebber der Duitse bezetting, Hauptmann von der Decken een laatste groet bracht aan de dapperen, die hier hun leven lieten, terwijl luitenant Wiardi Beckmann van de Nederlandse Generale Staf een bewogen rede hield, geven wij deze indrukwekkende opname, aanschouwt met de verwoestingen, onvermijdelijk aan het slagveld verbonden.

Doch zodra men maar even buiten het militair zwaar verdedigde gebied komt, staat de natuur alom in ongeschonden en bloeiende lentepracht....

Ja, het is oorlog, voor velen op dat moment een onwezenlijk begrip.

Een bezoek aan de Grebbe- en IJssellinie


Nu hebben wij ook een krantenartikel weten te vinden van dinsdag 21 mei 1940, waar dit hele verhaal in staat opgetekend en erg belangrijk is voor de geschiedschrijving. Het hele artikel plaatsen we in de originele spelling van destijds. We zijn dan ook van menig dat we u dit verhaal moeten brengen om de juistheid weer te geven. Bedenk hierbij dat op 10 mei 1940 Nederland in oorlog was met buurland Duitsland.!


Indrukwekkende plechtigheid op de Grebbeberg.


Slechts weinig sporen van den strijd
Gisteren is de Nederlandsche pers in de gelegenheid gesteld, eenige punten te bezoeken van het gevechtsterrein in Nederland en tevens getuige te zijn van een korte, eenvoudige, doch daarom niet minder indrukwekkende plechtigheid: het leggen van twee groote kransen door de Duitsche militaire autoriteiten op het massagraf op den Grebbeberg, waar thans 100 Duitsche en 325 Nederlandsche soldaten in den dood vereend zijn.
Het was Hauptmann van der Decken, die bij deze plechtigheid het woord voerde. Op dezen tocht door uw mooi land, aldus van der Decken, willen wij eerst een groet brengen aan de gevallen kameraden. Met rouw denken wij aan onze soldaten, die hier het leven lieten. Maar wij zijn trotsch op hen en ons hart is vervuld van dankbaarheid, omdat wij hebben kunnen constateren, dat de stormende geest van het Derde Rijk overgegaan is op de jonge weermacht. Onze soldaten hebben het niet gemakkelijk gehad hier op den Grebbeberg. Een dappere vijand had hooger gelegen versterkingen bezet en buitendien de beschikking over inundaties. Maar stormenderhand zijn deze stellingen genomen. Wij Infanteristen, gedenken onze dappere kameraden van de S.S., die bij deze stormaanvallen het leven lieten. Wanneer er gesproken zal worden over den strijd in Holland, dan zal hierbij steeds gedacht worden aan den zwaren strijd aan den Grebbeberg. Doch niet alleen onze kameraden gedenken wij, ook onze vijanden. Zij waren taai en streden dapper en ridderlijk. De stelling wisten zij zoo lang te houden, tot verdere weerstand onmogelijk was. Groot is onze achting voor dezen dapperen tegenstander. Het is onze wil en wensch, dat op deze plek nu voor altijd vrede zal zijn en niemand de rust zal verstoren. Deze mooie plek zal zijn gewijde grond. Namens den Nederlandschen Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht voerde het woord de 1e luitenant van speciale diensten, dr. H. B. Wiardi Beckman.



De Grebbelinie, waar zoo heldhaftig door de Hollandsche soldaten is gestreden. Op de achtergrond een gedeelte van Rhenen en twee gereedstaande H.T.M.-autobussen.


De Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht heeft mij opgedragen, aldus deze, hier een laatsten groet te brengen namens het Nederlandsche leger, namens de strijdmakkers en namens Nederland, dat den moed en de trouw, door zijn zonen getoond, nimmer zal vergeten. Wij eeren hierin alle officieren, onderofficieren, korporaals en manschappen, die hun leven voor Nederland hebben gegeven; wij eeren hun taaien moed bij de verdediging van Nederlandschen grond. Doch ook den moed van den vijand weten wij te eeren. Het bloed der Nederlanders, die hier vielen, heeft niet te vergeefs gevloeid, want zij hebben de eer hoog gehouden. Zij deden hun plicht als goede Nederlanders, toen het vaderland hen riep. Moge God den nabestaanden de kracht geven hun smart te dragen. Spreker besloot zijn toespraak met een couplet van het Wilhelmus. Terwijl de militairen den groet brachten en de aanwezigen het hoofd ontblootten, werden twee kransen van aronskelken en sparregroen met linten in de Duitsche kleuren aangedragen. Een werd er op het graf der Nederlanders, de andere op dat der Duitschers gelegd. Het is op een mooi plekje van den Grebbeberg, niet ver verwijderd van Ouwehand's Dierenpark, dat de hier gevallen Duitsche en Nederlandsche soldaten hun laatste rustplaats hebben gevonden. Helmen en geweren bedekken de graven, die zich eenige rijen achter elkaar uitstrekken. Een voudige houten bordjes geven aan, waar de Duitsche en waar de Hollandsche militairen liggen begraven. Toen wij arriveerden waren Duitsche en Nederlandsche militairen, pleegzusters en E.H.B.O.'ers, bezig, de laatste hand te leggen aan dit oorlogskerkhof. Inmiddels wordt ook de omgeving nog afgezocht naar gewonden, waarbij men gisteren er nog twee vond. Men staat bij dit zoeken voor een lastige taak, daar zich in de omgeving talrijke Nederlandsche mijnenvelden bevinden, waarvan helaas geen kaarten aanwezig zijn, zoodat het opsporen der gewonden een uiterst gevaarlijk werkje is.
 

Uiteenzetting van kapitein van der Decken


Onder leiding van kapitein van der Decken werd daarna een bezoek gebracht aan de Grebbebergstelling. Hij wees erop, dat de Grebbeberg een der hoekpijlers der Nederlandsche verdediging vormde en de Duitschers tengevolge van de inundaties slechts over een zeer smal terrein de beschikking hadden voor den aanval. Kapitein van der Decken roemde de uitstekende opstelling van de Nederlandsche artillerie, en deelde mede, dat de Nederlanders den Cuneratoren als uitkijkpost hadden gekozen. Dit feit was den Duitschers bekend, maar toch besloten zij, den toren te sparen. Bovendien bracht hij naar voren, dat de verwoestingen, door den strijd aangericht, globaal genomen, gering zijn en zulks is inderdaad het geval. Waar echter de Nederlanders bij wijze van spreken huis voor huis te Rhenen en Wageningen hebben verdedigd, laat het zich begrijpen, dat deze plaatsen duidelijke sporen van den strijd dragen. Wij kregen trouwens ook op onzen verderen tocht den indruk, dat alleen daar vernielingen zijn aangericht, waar gestreden is. Reeds op 11 mei werd de Grebbebergstelling aangevallen; zij hield stand tot de 13en. Toen het 'Duitsche leger' Arnhem had bezet, werd de commandant van Utrecht gesommeerd, zich over te geven. Hem werd herinnerd aan het lot, dat de Poolsche hoofdstad Warschau onderging.



Eerbetoon bij de laatste rustplaats der Nederlandsche en Duitsche militairen.


In den middag werden verschillende punten van de IJssellinie bezocht, de voorste der drie Nederlansche linies, te weten de IJssellinie, daarachter de Grebbelinie en tenslotte de waterlinie. Het fort Westervoort heeft zich aldra moeten overgeven. De spoorwegbrug was vernield, doch de Duitschers sloegen een eind stroomopwaarts een pontonbrug over de rivier. De kazemat toonde duidelijk de sporen van vernieling, aangericht door een Duitschen voltreffer, die het Nederlandsche geschut buiten werking stelde. Kapitein van der Decken vertelde ons dat in de IJssellinie alle bruggen door de Nederlandsche genie zijn vernield; ook die over het Apeldoorn-Dierenschekanaal. Wat de Peel betreft bij Gennep is het den Nederlanders niet mogen gelukken de brug tijdig te vernielen, zodat hierdoor zeer snel het front van deze linie kon worden opgerold.
Opruimingswerk in vollen gang
Op onzen verderen tocht, die ging via Dieren naar Zutphen, hebben wij met eigen oogen kunnen aanschouwen, dat alle strategische kunstwerken door de Nederlanders zijn opgeblazen, doch thans reeds zijn op vele plaatsen noodbruggen gelegd. Het opruimingswerk is overal in vollen gang en met dezen opbouw zullen eerlang de laatste sporen, die aan den strijd herinneren zijn uitgewischt. Ook in de omgeving van Amersfoort, waar groot waar groote gedeelten van het geďnundeerde gebied alweer droog liggen, konden wij dit constateren.


Zo gingen tal van reporters vanuit Den Haag met bussen van H.T.M. naar het midden- en oosten van het land om over de strijd, gevallenen en vernielingen verslag te doen.

 

(c) OV in Boskoop - Alle rechten voorbehouden-Overname in gedrukte of digitale vorm zonder toestemming niet toegestaan