12. Met veel kunst en vliegwerk

Kon het vorige jaar nog worden ingegaan met optimistische gedachten, HET TWEEDE JAAR (1941) bracht ons midden in de oorlog en werd de druk van de bezetter zwaarder en zwaarder.

Allerlei ingrijpende bezuinigingsmaatregelen werden van kracht en zouden nog verder worden uitgebreid.

Een van de bewijzeringen in de stad. Ze waren overduidelijk, maar je had wel even de tijd nodig voor het maken van een keuze.

1941 Was op bus gebied vrij spectaculair. Het gebrek aan vloeibare brandstoffen en met het vooruitzicht dat de oorlog wel langer zou gaan duren dan aanvankelijk was gedacht, had HTM in December 1940 zich voortdurend bezig gehouden met de houtgasgenerator.

De Kromhout/Gardner dieselmotor type 4 LW van bus ‘8' is door de Kromhoutfabrieken te Amsterdam omgebouwd voor het gebruik met een houtgasgenerator.

Begin December 1940 werd een bestelling geplaatst bij Kromhout voor de levering van 31 aanhangwagentjes en de ombouw van 30 dieselmotoren.

De HTM-2 was een oude Minerva-bus die tot zandwagen was omgebouwd. Doch later is deze bus wederom omgebouwd tot tractor voor het aanslepen van bussen met een houtgasgenerator.

De generatoraanhangwagen van bus ‘8' ging na een presentatie via de pers aan het publiek en een uitgebreide testperiode, terug naar Kromhout, daar het chassis van de aanhangwagen te zwak en de ketel te klein bleek te zijn. Hiervoor werd een andere wagen geleverd.

Een zandwagen (vermoedelijk de ex-HTM Minerva-bus, die als de ‘2' dienst ging doen) werd omgebouwd tot tractor voor het slepen van generatorbussen. Ook deze bus werd later van een houtgasgenerator voorzien en door HTM zelf ingebouwd.

Op 19 februari 1941 werden de bussen ‘128' en ‘129' als eerste bussen voorzien van een verbeterd type houtgasgenerator, in gebruik genomen. Op 3 juli van dat zelfde jaar waren de ‘8' en de serie ‘112' t/m ‘141' voorzien van deze ingewikkelde constructie. Ze werden respectievelijk op de lijnen ‘R’, ‘P’ en ‘T’ ingezet.

Hoe dringend men om de houtgasgenerators verlegen zat blijkt wel uit het feit dat men de lijn ‘R’ tijdelijk moest opheffen en op de lijnen ‘P’ en ‘T’ de diensten belangrijk moest beperken gedurende de periode 17 April tot 18 mei 1941.

Vanaf 29 maart 1941 werden de diensten op zaterdag- en zondagavonden reeds na ongeveer 21.00 uur beλindigd.

In mei verscheen een verslag van de toestand van het wagenpark: voor de dienst waren de volgende bussen beschikbaar: de nummers 1 t/m 10 en de 112 t/m 141. Twee bussen waren verkocht namelijk de kleine Minerva’s ‘63' en een van het grotere model de ‘84'.

De '63' was een van die leuke kleine Minerva-bussen, die door de Duitsers werden opgekocht. Na de oorlog is er niet een meer naar Den Haag teruggekeerd.

Gevorderd en gedeeltelijk verkocht aan de Duitse Wehrmacht werden de kleine Minerva-bussen de ‘60', ‘61' , ‘62' en de ‘64'.

Een grotere Minerva met nummer ‘89' en een Kromhout, de ‘110' genoemd. Voor diverse Duitse overheidsinstanties waren gereserveerd de bussen ‘56', ‘58', ‘59', ‘72', ‘73' ‘75' t/m ‘81', ‘83', ‘85' (Minerva’s), ‘94' t/m ‘99' en de ‘100' t/m ‘109'. Bovendien werden nog enige bedrijfswagens gevorderd....

Om de zaak wat te specificeren: 26 dieselbussen nummer ‘11' t/m ‘35', en de ‘111' en 10 bezinebussen ‘56', ‘58', ‘59', ‘72', ‘73' en ‘75' a;swel de ‘81' t/m ‘83' plus de ‘85' werden gereserveerd voor de Sonderfahrbereitschaft des Reichskommissars.

Voor de Oberpostrat Kuhlwetter (PTT) werden 10 dieselbussen gereserveerd namelijk de ‘100' t/m ‘109'. Voor Sonderfahrbereitschaft ten behoeve van Dr.Wagner 6 dieselbussen nrs ‘94' t/m ‘99'. Deze laatste bussen stonden vanaf 21 juli 1941 gestald aan de Carel van Bylandtlaan.

Zoals we al lazen, een deel van deze bussen moest, evenals tijdens een periode in 1940 in de openlucht worden gestald, hetgeen de toestand van het materieel bepaalde niet ten goede kwam.

Duitse propaganda in de Hoogstraat in Den Haag, anno juni 1941.
Werkwagen '5', een Ford voor bovenleidingonderhoud is op de foto uitgevoerd met een persgasinstallatie

Het voor de normale dienst beschikbare materieel werd daardoor zwaar op de proef gesteld, zoals blijkt uit de volgende cijfers:

de tram vervoerde 89,4 % van de reizigers tegen de bus slechts 10,6 %. Het aantal reizigers per 100 wagenkilometers was voor de tram 454 en voor de bus 595. Een en ander toont de enorme belasting van het openbaar vervoer aan. Het particuliere vervoer daarentegen was vrijwel tot stilstand gekomen...!

 
 
 
Eιn van de luxe Minerva's was de '57'. We zien de wagen gestald aan de Fruitweg. Let op de verduisterde koplampen.

 

(c) OV in Boskoop - Alle rechten voorbehouden-Overname in gedrukte of digitale vorm zonder toestemming niet toegestaan