|
16. Het water tot aan de lippen
 |
Deze foto komt uit het archief van de heer
C.J.A. van der Veen. Heel
duidelijk zien we een bus met houtgasgenerator uit de serie 112 t/m 141 op
het Wagenplein. De foto is heimelijk genomen. Wanneer we de zaak goed
bekijken dan zien we hoe de mensen uit de deuren van de bus hangen. Wie
niet
mee kon, moest maar gebruik maken van de benenwagen! |
1943 betekende voor de Autobusdienst een ware teruggang
in haar - toch al moeilijke -activiteiten. Door de brandstofschaarste en de
vordering van nog meer materieel werd het aantal buskilometers vanzelfsprekend
wederom belangrijk verminderd, hoewel de vervoersbehoefte, door het geleidelijk
wegvallen van alle andere vervoersmiddelen, bleef stijgen en zelfs in een fors
opgaande spiraal...!
Door de aanleg van de zogenaamde ‘Vesting Scheveningen’
werden de diensten van de lijnen ‘R’ en ‘T’ regelmatig verstoord. Hele straten,
buiten de route van deze lijnen, gingen tegen de vlakte, zelfs het kleine
toiletgebouwtje aan het voormalige eindpunt van lijn ‘M’ in Kijkduin ontging dit
lot niet. Een ‘gunstig’ gevolg van de afbraak van de diverse straten in
Scheveningen was, dat 350 ton sloophout ten behoeve van de generatoren van de
bussen beschikbaar kwam. Dat hout was droog genoeg, maar het had weer andere
bezwaren... het moest spijkervrij worden gemaakt, wat uren en uren arbeid
vergde, veel stofontwikkeling gaf en bovendien nog slechte houtskool opleverde.
In het jaarverslag sprak men van deze ontwikkeling, het
vermeldt:
Brandstof:
Vanaf 1 januari 1943 mag niet meer alleen op hout worden
gereden, doch moet een zekere hoeveelheid turf bij gestookt worden en wel in een
gewichtsverhouding houtturf als 2 op 1. De laatste maanden van het jaar 1943
werd per maand verbruikt 62,5 ton hout en 32 ton turf. Het bij stoken van turf
heeft geen bijzondere bezwaren opgeleverd.
Vanaf 1 April 1943 werd onverwacht verboden, voor de
reductie-zone turfcokes te gebruiken.
Dit gaf aanvankelijk veel moeite, daar in plaats van
behoorlijke houtskool slechts eikenhoutskool was te verkrijgen dat voor dit doel
minder geschikt was.
Later is het gelukt de hand te leggen op een grote
partij dennenhoutskool, waarmee geen moeilijkheden werden ondervonden.
Het verbruik van vaste brandstof, bestaande uit een
mengsel van hout en turf in verhouding 2 op 1 bedroeg 1,65 kg. per km., in droge
toestand. Het totale verbruik van drooghout bedroeg 870 ton en aan turf 330 ton.
Het noritverbruik bedroeg 0,035 kg/km. Het
houtskoolverbruik bedroeg 0,045 kg/km. Verbruikt werd over 1943, 6800 kg. Norit
en 23.400 kg. houtskool.
Op 30 januari 1943 ging er van de Rijksverkeersinspectie
een schrijven uit gericht aan de autobusondernemers, over hoe men moest handelen
bij een vordering van materieel: in het verleden was gebleken dat dit door
verschillende autoriteiten eigenmachtig (!) was geschied.
Liefst zeven maal moesten dit jaar (1943) de
tijdstippen, waarop de avonddiensten werden beëindigd worden gewijzigd. Dit
hield verband met de tijden waarop het de bevolking verboden was zich op straat
te bevinden. Deze tijdstippen vielen tussen 20.00 en 23.00 uur.
Vanaf 10 augustus van dit zelfde jaar werden geen
personeelsritten meer gereden. Deze ritten werden door de tram overgenomen.
Eveneens werd vanaf deze datum nog slechts 1 postrit uitgevoerd.
 |
Bus '2' op 19 augustus 1943 bij de
Slachthuiskade. Dit is een van de twee
bussen uit de serie 1 t/m 35, met een achterop aangebouwde
houtgasgenerator. |
In de periode van 16 mei tot 15 oktober 1943 waren
maximaal 27 bussen per dag in dienst. In de wintermaanden bedroeg dit aantal 29
stuks.
Het schreeuwende gebrek aan banden had tot gevolg dat
lijn ‘P’ met ingang van 10 augustus moest worden opgeheven. De weinige nog
bruikbare banden waren broodnodig om de enige overgebleven lijn, lijn ‘T’, nog
een tijdlang met veel kunst en vliegwerk rijdende te houden.
In een schrijven van 1 September 1943 aan het
Departement van Waterstaat werd voorzichtig melding gemaakt dat de HTM de bussen
uit de serie 1 t/m 35 en daarop de serie 100 t/m 111 en als laatste de serie 86
t/m 99 voor de maatschappij ZEER belangrijk vond.
De serie 112 t/m 141 werd echter niet genoemd omdat deze
wagens bij HTM nog aanwezig en in dienst waren.
In deze zelfde brief - en niet alleen in deze - moest
men tussen de regels kunnen lezen!
Op 2 September wordt aan het reeds eerder genoemde
Departement van Waterstaat een schrijven gericht met de wens om weer over de
door de Duitse Wehrmacht gevorderde bussen te kunnen beschikken om lijn ‘T’ in
bedrijf te houden. Dat deze hoop ijdel was, zou later pas blijken.....
 |
De '128' tijdens een dienstuitvoering op
lijn R aan de Carel van
Bylandtlaan. |
In het verslag van 1943 komt een passage tekst voor dat
een duidelijk aanwijzing bevat van de kentering in de oorlogssituatie.
Duitsland won niet meer op alle fronten, hoewel het
tegenovergestelde nog op veel muren te lezen stond.
Onderhandelingen werden namelijk gevoerd met de firma’s
Kromhout, Werkspoor, Beynes en Allan, om zodra de tijdsomstandigheden dit toe
zouden laten, te komen tot het bouwen van 50 buschassis en carrosserieën. Met de
firma Van Rossum & Co werd onderhandeld over een belangrijke partij banden, te
leveren NA de oorlog..(!)...
Op 8 oktober 1943 werd aan de Ortskommandanteur verzocht
bij de nooddeur van de bussen, zowel in het Duits als in het Nederlands, een
opschrift aan te mogen brengen dat het openen van deze (nood) deur ten strengste verboden is, dit naar aanleiding van
een ongeval dat had plaatsgevonden en het veelvuldig misbruik van deze
(nood)deur door Duitse militairen.
 |
| Het vullen en opstoken van de
houtgasgenerator achter de bussen '129' en de
'123' aan de Viaductweg. De rook verspreidde een geur dat weg had van
koffie. |
 |
|
In Scheveningen krijgt een
hoogwaardigheidsbekleder met een auto voorzien van een houtgasgenerator,
een botsing met een Duitse motorrijder. Dit soort zaken voltrok zich ook
in 1943. Een auto met een houtgasgenerator in 1943 was een zeldzame
verschijning, daarom is deze foto wel van belang om in dit verhaal te
worden opgenomen. |
|