Het donkerste jaar van de oorlog (voor de Autobusdienst
van HTM wel te verstaan!) was aangebroken. Het eens zo goed functionerende
autobusbedrijf van de Haagsche Tramweg Maatschappij zou in dit jaar volledig tot
stilstand komen en niet alleen HTM, maar talloze andere collega bedrijven in ons
land zouden noodgedwongen hun poorten moeten sluiten.
Alvorens het voor de HTM zover was gebeurde er wel het
een en ander. In verband met het ontstaan van de reeds eerder genoemde vesting
Scheveningen moesten de personeelsleden die nog in Scheveningen woonden of daar
voor hen werk moesten zijn, in het bezit zijn van een ‘Ausweis’.
 |
| In Engeland waren het de vrouwen die de
bouw van bussen ter hand namen,
getuige deze advertentie uit 1944. |
Op 7 januari 1944 bijvoorbeeld, moest één van de
personeelsleden zo’n bewijs aan de Laan Copes van Cattenburgh gaan halen....
Op 25 januari 1944 werd de enig overgebleven lijn ‘T’
gesplitst. Buiten de vesting ‘Clingendael’ reed lijn ‘T’ van Spoorwijk tot de
Leidsestraatweg bij de Boslaan. Binnen de vesting reed een lijntje, aangeduid
met de kleine letter ‘t’ eerst van de Leidsestraatweg, later van de Thorn
Prikkerlaan (voorheen Jozef Israëlslaan, let op de door de bezetter verordende
naamsverandering!) Bij de Benoordenhoutseweg, naar het eindpunt Waalsdorperweg.
Aldus verknipt rekte lijn ‘T’ haar bestaan nog een aantal maanden.
Bij de overname van bussen door de Duitsche Wehrmacht
werd, blijkens de op de bijgaande afgedrukte documenten, het aanbrengen van
veranderingen en dergelijke als sabotage te worden beschouwd.
Op 15 maart 1944 waren voor de lijn ‘T’ beschikbaar de
bussen 1, 2, 3 en de 8 alsook de bussen uit de serie 112 t/m 141 en de bus voor
het aanslepen van de houtgasgeneratorwagens. De overige bussen waren wegens
gebrek aan banden op blokken gezet, waaraan we later in dit hoofdstuk nog
aandacht aan zullen besteden.
We hebben al veel geschreven over bussen die verhuurd of
verkocht werden. Onder normale omstandigheden zullen de bij het verhuren van
materieel de te ontvangen bedragen na een redelijke tijd binnenkomen.
In oorlogstijd zijn er echter meer abnormale dan normale
omstandigheden. Bij de verhuur van de bussen 21 t/m 25 aan de Hamburger Hochbahn
AG was na 7 maanden verhuur op 27 maart 1944 het bedrag per bus reeds opgelopen
tot een hoogte van ongeveer ƒ 8.662, 50.
Er was echter nog geen cent ontvangen!
Men overwoog de bussen definitief te verkopen. Het
voorgaande betekende niet dat er nooit bedragen van verhuur en dergelijke
binnenkwamen.
Op 27 maart 1944 vond een route-verkorting op lijn ‘T’
plaats (via de Musschenbroekstraat in plaats van Waldorpstraat - Oudemansstraat).
Deze werd op 1 mei van dat jaar definitief. Het Laakkwartier (de Duitsers noemde
het Laakwijk) kreeg er op 25 mei 1944 een tram voor in de plaats, toen lijn 4
tot het Leeghwaterplein werd verlengd.
In de periode van 16 mei t/m 20 augustus vorderde de
Burgemeester van Den Haag, voor de afdeling Sociale Zaken, aanvankelijk 3 en
vanaf 5 juni zelfs 10 bussen voor het vervoer van werklieden naar het Westland.
Deze moesten daar palen neerzetten als afweer tegen parachutisten. De Duitsers
waren op alles voorbereid.
Het was in de zomer van 1944, schat de heer Wierenga in
zijn interview. "Ik weet me nog goed te herinneren hoe de bussen op hoger gezag
gewoon uit de lijndienst werden onttrokken om ingedeeld te worden in de
pendeldienst naar het Westland ten behoeve van de zogenaamde Spitters. Het waren
de mensen die palen moesten slaan, zoals hierboven zo goed is gememoreerd.
Ik weet het nog zo goed omdat ik op die bewuste dag al
vroeg in de garage arriveerde, juist op een moment waarop een lading rubberboten
werd afgeleverd. Daarmee was men (van horen zeggen) de Waal en Rijn
overgestoken. Bij deze actie waren er een aantal lek geschoten en werden dan in
de garage aan de Viaductweg gerepareerd".