VEEL TEGENWERKING
Op alle mogelijke manieren trachtte men de bussen terug
te krijgen, doch dit stuitte vaak op veel tegenwerking, zoals de volgende brief
duidelijk naar voren laat komen:
AAN DE REGERINGSVOORLICHTINGSDIENST...
De destijds door de Duitse Wehrmacht gevorderde
autobussen werden, voor zover zij nog in Nederland aanwezig waren, in dumps
ondergebracht. Dit materieel werd daarna door het Bureau Verwerking Krijgsbuit
te Amsterdam voor herstelling aan verscheidene auto herstelplaatsen uitgegeven
tegen een storting van een cautie.
Zodra de auto’s c.q. bussen gereed zijn, moet dit aan
genoemd bureau worden gemeld, waarna zij toegewezen worden aan een instantie of
particulier, hetgeen thans waarschijnlijk door het Regeringsdirectoraat
Motorvoertuigen in Rotterdam zal geschieden.
Het uit een dump toegewezen krijgen van een auto(bus)
voor herstelling, brengt dus niet met zich mede, dat men deze in eigendom
krijgt.
Deze procedure is logisch, indien zij wordt toegepast
voor gewone auto herstelwerkplaatsen, doch is zoals vanzelf spreekt niet
aanvaardbaar, indien dit vervoersmaatschappijen als de onze betreft. Voor ons
als HTM zou dit natuurlijk met zich mede kunnen brengen, dat de autobussen, die
wij thans zo goed mogelijk herstellen, voor ons verloren zouden kunnen gaan,
indien het R.D.M. deze aan andere zou toewijzen, zodra zij gereed zijn. Ons
reeds ernstig gehavende autobuspark - door de Duitse Wehrmacht werd rond 60 %
onzer autobussen naar Duitsland meegenomen - zou daardoor nog meer verliezen
lijden, die niet binnen afzienbare tijd ingehaald zouden kunnen worden.
Wij als HTM zouden het juister geacht hebben, indien het
materieel der openbare bedrijven aanstonds aan de vroegere eigenaar uit de dumps
verkocht zou zijn en dus dadelijk in volle eigendom aan hem zou zijn overgegaan.
Verder is er nog een aantal gevallen, waarbij er met
onze door de Duitse Wehrmacht gevorderde bussen, na de capitulatie vreemd is
gehandeld.
Twee bussen, de nummers 17 en 19, zijn aanvankelijk door
de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, later door het Militaire Gezag in
beslag genomen en toen naar Limburg gezonden. Op onze herhaalde verzoeken om
teruggave is nooit gereageerd.
Een bus, nummer 109, is door de Brigade Prinses Irene in
beslag genomen en zijn de verdere lotgevallen daarvan ons onbekend.
Vermoedelijk is deze door het Militair Gezag
overgenomen.
Een bus, nummer 105, hebben wij van de Militaire
Commissie Rechtsherstel te Zwolle op 9 oktober 1945 teruggekocht en betaald met
ƒ 4950,-.
Toen wij ons op die datum in Zwolle vervoegden, om deze
bus af te halen, bleek hij door het Militaire Gezag meegenomen te zijn en zou
zich thans in Den Haag bevinden.
Niettegenstaande wij bij herhaling bij het M.G. in Den
haag op teruggave hebben aangedrongen, laat men niets van zich horen, was ons
inziens een wederrechtelijke houding is.
Aldus dit schrijven van de kant van de Autobusdienst
Om nog eens verder te kijken waar onze residentiele
bussen zich bevonden, kreeg men bericht dat 2 bussen in gebruik waren voor
munitietransport ergens in Leeuwarden.
De heer Van Oosten uit de Doorniksestraat in
Scheveningen had bijvoorbeeld 2 wielen met banden kunnen redden uit een door
wegtrekkende Duitsers aangestoken brandstapel aan de Hartsenhoekweg.
Ondanks de tegenwerking van het Militaire Gezag, bood
het bureau ‘Verwerking Krijgsbuit Automobielen- en Auto-onderdelen’ In Amsterdam
op 19 juni 1945 een aantal van onze bussen uit verschillende dumps te koop (!)
Aan,’voor zover over onze bussen niet anders is beschikt...!’
Met bus ‘16' was het slecht vergaan. Deze was door de
Royal Air Force beschoten en lag langs de weg Emmen - Dalen. De autobusdienst
Stadskanaal - Borger - Assen, afgekort BABO te Borger, had zich over deze bus
ontfermd en toestemming van de Rijks Verkeers Inspectie gekregen om er over te
mogen beschikken.
De carrosserie was echter grotendeels vernield.
De firma Kromhout maakte HTM erop attent dat de bussen
92, 14 en 133 in een dump aan de Croesselaan te Utrecht stonden.
 |
| Nog voordat de
capitulatie was getekend begon Het Rode Kruis met deze wagen met een
gasgenerator het eerste openbaar vervoer in Nederland aan te pakken. |
Zelfs het Rode Kruis gaf 23 juli 1945 aanwijzingen
betreffende de bussen 121, 127 en de 118 die bij de TET zouden staan. Bus 9 was
bij de NBM terechtgekomen.
 |
De Geldersche Tramwegen bevestigden achter
een door een generator
aangedreven bus, een motorloze bus als aanhangwagen. |
Verwarrende situaties ontstonden doordat de bussen
regelmatig van de ene dump naar de andere werden verplaatst. Aangezien al deze
bussen uiteraard niet direct ter beschikking kwamen werd nog overwogen militaire
voertuigen aan te trekken om het tekort aan bussen enigszins op te vullen.
Bijvoorbeeld, bij de WSM nam men een wat aangepaste GMC-legertruck als bus in
dienst en sjokte daar geruime tijd mee door het Westland.
 |
Bus '112' in vooroorlogse gedaante met de
uitstapdeur direct achter de
voorwielen. Dit was de eerste wagen uit de serie 112 t/m 141. |
 |
| Opnieuw een wagen uit de serie 112 t/m
141, in dit geval de laatste, nadat
de wagen na de oorlog bij Beynes geheel is opgeknapt, waarbij de
uitstapdeur
naar de achterzijde is verhuisd. |
In augustus 1946 kwamen nog steeds tips binnen over
plaatsen waar HTM-bussen zouden staan. De bedoeling was goed, doch men vergiste
zich nog al eens in het bedrijf dat eigenaar was van de bus. De ontdekte wagens
bevonden zich vaak in zéér slechte staat, vitale onderdelen ontbraken veelal. In
het algemeen kan men stellen dat de HTM-wagens, die in een redelijke conditie
waren, juist NIET werden terugverkregen!
De reeds eerder genoemde bus 19 ging naar Limburg voor
mijnwerkersvervoer, zo ook bus 17. Laatstgenoemde bus heeft, nadat hij bij HTM
terug was, nog geruime tijd met een dienstregeling van garage ‘DE VALK’ uit
Heerlen, aangebracht op het zijschot achter de chauffeurscabine, gereden...
Ook een aantal Minerva’s keerde van het strijdtoneel
terug, doch deze werden te oud bevonden om nog te worden hersteld, zij werden
afgevoerd en in een enkel geval omgebouwd tot werkwagen....