21. Hongerwinter.....en bevrijding

Een heel bijzonder plaatje. Het toont bus '139' in het begin van 1944. Het
is al een bijzonderheid een foto van onze bussen in 1944 aan te treffen. De bus trekt evenwel de houtgasgeneratoraanhanger behorende aan bus '133'. Als we de foto goed bekijken dan moeten we tot de conclusie komen dat de staat waarin de wagen verkeerd, niet al te best is. Let ook op de met krijt aangebrachte leuzen op de stookketel. Ook toen was men actief met het beschrijven van andermans eigendommen, doch waarschijnlijk waren deze leuzen tegen de bezetter gericht.
Een van de laatste foto's van twee bussen die nog geregelde lijndiensten
verrichtte. De meest rechtse is bus '127'. de voor wagen is van lijn 'T', de
achterste heeft al geen lijnaanduiding meer....

Een boek over vijf jaar bezetting geeft een eenzijdig beeld over de problemen en situatie’s. Het lijkt ons een goede zaak om ook een kijkje te nemen in de periode van direct NA de oorlog, in een tijd van wederopbouw. Ook deze periode was voor de vervoerders een donkere tijd. Hoe moeilijk moet het zijn geweest je eigen materieel weer bij elkaar te krijgen Het is goed om te lezen hoe met oud legermaterieel, op professorische wijze ‘bussen’ in elkaar werden getimmerd om toch te voorzien in openbaar vervoer!

De bevrijding was een bijzonder feestelijke gebeurtenis. Hier zien we de
geallieerde tanks op de Bezuidenhoutseweg/Herengracht, tussen de
toegestroomde, dolgelukkige burgers van Den Haag.

Toen op 5 mei 1945 voor Nederland de Tweede Wereldoorlog eindelijk was afgelopen, waren de 18 HTM-bussen, die sinds 31 December 1944 in de garage stonden opgeslagen, nog steeds aanwezig.

Alles stond zonder wielen en banden op blokken en de algehele toestand waarin de bussen verkeerden, was in een woord erbarmelijk te noemen.

Uit een officieel verslag daarover zullen we citeren:

TOESTAND VAN HET WAGENPARK

De bussen, die in handen van de Duitsers zijn geweest, waren alle in zéér slechte staat. Dit had tot gevolg dat omvangrijke herstellingen noodzakelijk waren.

De carrosseriëen zijn daarom ter reparatie aan de firma PENNOCK in Den Haag gegeven en een ander deel werd aangeboden aan de Haarlemse firma Beynes, die echter wegens gebrek aan materialen en werkkrachten niet zodanig voortgang boekte zoals werd gewenst.

Van bijna alle bussen, ook die welke nog in HTM-bezit zijn gebleven, moet de motor een grote revisie hebben, ook al omdat het merendeel op houtgas heeft gereden.

Hiervan zijn de cilinderblokken aan Enkes in Voorburg ter behandeling gegeven waarvoor reeds in September 1943 maatregelen waren genomen. Er waren echter geen grote cilindervoeringen aanwezig en er is lang gewacht op de levering daarvan door een gieterij.

Ook heeft de levering van kleppen, die uit België moesten komen, veel tijd in beslag genomen. Uit de bussen, die in de garage aan de Viaductweg stonden, is het nodige verduisterd, voor wat betreft de bekleding en elektrische onderdelen. Verder geeft de voorziening van banden, batterijen, koppakkingen, dynamo’s, starters, glas, bekledingstof etc. nog allerlei moeilijkheden, daar deze, of het materiaal daarvoor, uit het buitenland moest komen.

Hiervoor zijn bestellingen geplaatst, doch deze zijn nog lang niet alle uitgevoerd.

Een voorlopige bestelling is geplaatst voor 10 Chausson autobussen, die kompleet uit Frankrijk zullen komen en waarvan de aflevering waarschijnlijk in januari 1946 plaats zal vinden. Gewacht wordt op de daarvoor benodigde deviezen en vergunningen voor in- en uitvoer.

Aldus dit openhartige verslag uit midden 1945.

De wagens waren vaak verf- en haveloos, de leren bekleding van de rugleuningen van de stoelen was bij veel bussen in de loop van de oorlog verwijderd en het te voorschijn komende hout had men daarom maar bruin geschilderd.

Chassis, carrosserieën en motoren waren dus heel hard aan een herstelling toe!

Op 5 mei 1945 bestond het wagenpark uit de volgende KROMHOUT-bussen, de 8, 112, 114, 115, 119, 120, 123 t/m 126, 128, 131, 134, 136, 138, 140 141 en de MINERVA 81. De verhuurde bussen 56, 58, 71 en 85 zwierven nog rond in ons land.

Kwam op 11 juni 1945 het trambedrijf op de lijnen 1, 3, 5, 6, 10, 12, 13, 20, 1/1, 1/2 en 1/3 weer geheel of gedeeltelijk op gang, bij de bus kon daarvan voorlopig nog geen sprake zijn. Gezien de totale onbruikbaarheid van het nog aanwezige wagenpark was de eerste inspanning erop gericht, een aantal bussen voor de dienst gereed te maken.

Zolang men daar de handen aan vol had, kon zelfs niet worden gedacht aan de meest bescheiden hervatting van de lijndienst. De oude benzinewagens kwamen niet maar voor herstel in aanmerking.

VESTING SCHEVENINGEN
Deze foto dateert van enkele dagen na de bevrijding. We zien in de verte het Kürhaus en geheel rechts enige hotels. Op het strand links zijn vele palen in het zand te zien die een invasie vanuit Engeland zouden moeten
belemmeren.

WEGGEVOERD MATERIEEL

Op 31 mei 1945 kwam van een particulier, de eerste melding binnen over weggevoerd materieel.

Men had een HTM-bus (nummer 20), half in de berm, half in een sloot, even ten noorden van Kamerik bij Woerden zien liggen.

Diverse, nog rijdbare bussen, indertijd gevorderd door de bezetter, waren door, de direct na de bevrijding optredende instanties, onder andere het MILITAIRE GEZAG en de PRINSES IRENE BRIGADE, overgenomen.

Een  wat pover plaatje, maar voor ons van onschatbare waarde! We zien
namelijk de deerlijk gehavende bus '105'  na terugkomst, op blokken staan in de werkplaats aan de Viaductweg. Als we goed opletten dan zien we op de achterzijde van de bus het HTM-vignet met groene (!) verf is weg geschilderd.

Zo weet de heer van der Veen zich als de dag van gisteren te herinneren dat gedurende de maanden mei, juni en juli 1945, bus 19 voorzien van de bekende Amerikaanse ster in gebruik bij de BINNENLANDSE STRIJDKRACHTEN, iedere dag langs zijn ouderlijk huis in de Stevinstraat te Scheveningen kwam.

Een blik in de garage van de Nederlandsche Buurtspoorwegen, op de dag van de bevrijding van ons land. De bussen staan er triest bij: ingeslagen ruiten, ontdaan van vele onderdelen. Zo heeft in de HTM-garage aan de Viaductweg er ook uitgezien. Helaas hebben wij er geen foto's van, maar meldingen leren ons dat de wegtrekkende Duitsers danig hen woede op de restanten van de overgebleven bussen hebben gekoeld.

Aangezien men kort na de oorlog in ons land nog niet mocht gaan en staan waar men wilde, werd op 6 juni 1945 verginning gevraagd, voor drie medewerkers van HTM om het gehele land te mogen reizen om autobussen op te sporen.

Ook de Geallieerde troepen hadden diverse bussen van o.a. HTM in beslag genomen om zodoende gebruik te kunnen maken om hun mobiliteit in ons land te bevorderen.

Op 11 juni werd de MINISTER VAN OORLOG verzocht zijn medewerking te verlenen om in het vervolg geen toestemming meer aan eerder genoemde instanties te verlenen om dit materieel te gebruiken.

Gelukkig werd medewerking ondervonden van andere vervoersbedrijven zoals de BBA in Breda en de TET in Enschede. Als zij bussen van HTM aantroffen werd de Autobusdienst hierop geattendeerd.

Op het terrein van de confectiefabriek BOLL, eveneens in Enschede, stond in juli 1945 bus 127, die volgens de directeur van dit bedrijf, door de jeugd werd gebruikt als speelplaats.

Volgende Pagina

 

(c) OV in Boskoop - Alle rechten voorbehouden-Overname in gedrukte of digitale vorm zonder toestemming niet toegestaan