Al in 1946 werd er gepleit voor de Trolleybus.

-----------BELLO----------

In Bergen heeft men lang op BELLO moeten wachten. De tram Alkmaar naar Bergen en Bergen aan Zee keerde laat terug.

De betreffende 7700-machines waren gedeeltelijk afgevoerd naar Duitsland en toen men ze terugvond, werden ze, na opgeknapt te zijn, ingezet op de lijnen in de Haarlemmermeer. Daar waren ze meer nodig dan bij Bergen.

Pas op 3 juni 1946 stond het perron van Bergen vol mensen, ook schoolkinderen, toen machinist AUKES locomotief 774 liet binnenrijden. Kransen, toespraken, gratis rijden voor de schoolkinderen.

Bergen was weer bergen....

Nog even een blik op de drie grote steden, Amsterdam, Rotterdam en den Haag.

In Den Haag werden op 11 juni 1945 enkele tramdiensten hervat; aan het rijden met bussen (na dit hoofdstuk meer hierover) werd nog niet gedacht. In 1946 kwam een deel van het door de Duitsers gevorderde materieel terug. In Den Haag werden in 1946 van de Rotterdamsche Electrische Tram veertien oude motorwagens door aankoop verkregen. In februari 1946 werd op beperkte schaal de autobusexploitatie hervat. Zodoende was in 1947 de toestand weer enigszins normaal en de opbouw van het wagenpark kon een aanvang nemen.

 
 

Op 31 augustus 1948 haalde de Haagsche Tramweg Maatschappij een voor die tijd nog nimmer behaald record: regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina werd gevoerd, werden 625.000 reizigers vervoerd!

In Rotterdam reden op 8 mei 1945 al op vijf lijnen de eerste met vlaggen en sjerpen versierde trams uit; van acht uur tot zes uur s’middags, kon men sindsdien instappen en zelfs gedurende enkele uren op de zaterdag.

Met de autobussen kwam het allemaal langzaam op gang.

Pas op 3 September 1945 werd een lijn geopend. Later op 1 December hadden de Katendrechters hun feestneuzen en papieren mutsen te voorschijn gehaald toen de lijnen ‘A’ en ‘B’ weer gingen rijden.

Katendrecht had weer verbinding met het centrum.

In 1948 stond er in Rotterdam bij de RET al weer heel wat op poten. Er was zelfs een grote voetbalwedstrijd zoals er tien jaar voordien was geweest; ‘Nederland-België’, hetgeen veel extra tramvervoer opleverde.

En....in dat jaar kon de maatschappij ook deelnemen aan de feestelijkheden bij het regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina; met museummaterieel natuurlijk, zelfs met paardentrams, maar ook met het pas afgeleverde nieuwe naoorlogse tramstel.

De NBM vond de oplossing voor het vervoersprobleem. Achter een Crossley bus haakte men een aangepaste aanhangbus, die overigens was uit een uit dienst gestelde Ford-trambus.

Op 18 juni 1945 kwamen in Amsterdam de elektrische trams met een beperkte dienstregeling weer op de rails, andere lijnen volgden spoedig.

Een bijzonderheid: in 1948 werd de prijs van het kinderkaartje van zeven en een halve cent op acht cent gebracht.

Reden: de halve cent verdween.

Op 13 augustus werd de eerste busdienst in Amsterdam hervat.

In 1948 was de toestand bij de trambedrijven zodanig, dat van een grote verbetering sprake was.

Het oude optimisme keerde langzaam maar zeker weer terug....

 
 

 

(c) OV in Boskoop - Alle rechten voorbehouden-Overname in gedrukte of digitale vorm zonder toestemming niet toegestaan