Vooral in 1946 en in 1947 kwamen er bussen vanuit alle windstreken weer naar ons Haagje terug. HTM had evenals vele andere busbedrijven een nijpend tekort aan rollend materieel en het bestellen van nieuwe bussen was op dat moment vrijwel uitgesloten. Dus moest men al het voorhanden zijnde materieel, al was dit in de meest slechte toestand, maar zien op te knappen. Het was dus uiterste noodzaak alles weer zo snel mogelijk op de weg te krijgen, u begrijpt een uiterst moeilijke opgave....

Maar kon men bij de Technische Dienst wel een bus ter beschikking stellen voor de opbouw van een praalwagen??, is hoogstwaarschijnlijk een van uw gedachten.

Neen, als we de foto uitvoerig, aan de hand van sterke vergrotingen, bestuderen dan zien we dat het gaat om de achterzijde van een Kromhout/Verheul uit de vooroorlogse serie 1 t/m 35. Op een uitvergroting van de achterzijde van de praalwagenbus dan zien we met veel moeite een deel van het kenteken dat boven in de achterruit is aangebracht.

Het meest duidelijk is dat, als we van rechts naar links lezen waarbij we eerst een ‘6' kunnen ontcijferen, dan met moeite een ‘5', wederom een ‘6' en dan twee keer een ‘2'.

Het blijkt te gaan om het provinciale nummer H-22656, behorende aan bus nummer ‘16'.

De Technische Dienst heeft namelijk deze achterzijde - na een brief van de BABO - opgevraagd, want uiteindelijk zou de door de Britse oorlogsvliegtuigen beschoten bus toch worden gesloopt. De achterzijde van de wagen werd naar Den Haag getransporteerd en door de TD fiks onder handen worden genomen. Als sluitstuk van de praalwagen kwam de ‘16' aldus weer voor korte tijd in dienst!

ONDERZOEK

Op 31 December 1946 waren de volgende bussen uit de bovengenoemde serie bij HTM teruggekeerd:

de nummers 1, 7, 8, 9, 12, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 26, 27, 29 en de 35.

Buiten deze wagens, die allen weer rijvaardig waren gemaakt, kwamen enkele bussen, beter gezegd volledige wrakken, naar de Autobusdienst terug, waar ze als ‘onherstelbaar’ werden gekwalificeerd en nog goed genoeg bleken om onderdelen te bieden.

Onder deze wrakken was ook het restant van bus ‘16'. Op de in dit artikel opgenomen brief van de firma BABO uit Borger, staan gegevens die ons in staat stellen een heel klein tipje van de bekende sluier op te lichten over het onherroepelijke lot van deze bus!

Het oude wagenpark is weer opgelapt, zij het dat de bussen elk slechts EEN koplamp hebben. Het waren de bussen uit de serie 1 t/m 35 die weer het straatbeeld gingen beheersen. Opvallend aan de foto, waarop bus '20' van lijn 'T' te zien is, dat het bandenprobleem is opgelost door het gebruik van legerbanden met terreinprofiel. Dit soort banden zullen het rijcomfort bepaald niet ten goed zijn gekomen...! Op de twee foto de bussen '8' en de '17' aan de Stationsweg voor dienst op de lijn St.Barbara-Hollandse Spoor.

Als we goed naar deze praalwagen kijken met de wetenschap dat de autobusdienst-HTM er alles aan deed nog wat van haar resterende materieel terug te krijgen, dan ontkomen we er niet aan waardering te hebben voor de Technische Dienst. Deze lieden hadden hun handen vol om de teruggekeerde wrakken weer om te toveren tot volwaardige dienstwagens. Daar hadden zij hun handen ECHT mee vol, letterlijk en figuurlijk....! . Desondanks wilde men hun vreugde van hun bevrijding tonen door met restanten een fraaie praalwagen te maken. Naast het normale werk moet de bouw hiervan vele en vele uren werk hebben gekost. Dit toont aan dat de geminiseerde HTM met volle kracht de toekomst weer inging. Jammer dat deze praalwagen nooit voor het nageslacht is bewaard. Het zou tegenwoordig een waardige plaats in het museumbestand hebben betekend.

 

(c) OV in Boskoop - Alle rechten voorbehouden-Overname in gedrukte of digitale vorm zonder toestemming niet toegestaan