Op 26 November 1946 werden deze wagens door HTM zelf gesloopt.

Van de ‘71', ‘73', ‘78', ‘80', ‘82', ‘83' en de ‘85' is nimmer meer iets vernomen. Met de sloop van deze serie bussen, verdween tevens de laatste torpedofronten uit het HTM-wagenpark.

Over de serie 86 t/m 99 is ook het een en ander te vertellen. Deze wagens waren in 1939 wegens de ingekrompen busdiensten, veroorzaakt door de mobilisatie, tijdelijk buiten dienst gesteld.

Alleen de ‘95' reed als luidsprekerwagen voor propagandadoeleinden voor de luchtbeschermingsdienst door de stad.

Een foto hiervan is in dit verhaal terug te vinden.

Kort na de meidagen van 1940 moesten de wagens 86 t/m 99 voor de Duitsers allerlei hand en span diensten verrichten, doch op 1 juni van dat jaar ging de hele serie wederom buiten dienst. Dit was het gevolg van de brandstofbesparing.

Direct hierna werd de ‘89' gevorderd en onder dwang aan de bezetter verkocht.

Op 10 juli 1942 vertrokken de ‘86', ‘87', ‘88', ‘90' en de ‘91' naar Breda, waar de verkoop van deze bussen op 30 augustus 1943 plaatsvond. Bus ‘97', die we al eerder zijn tegengekomen, was enige tijd in Baarn geweest maar keerde in December 1942 defect naar de garage terug.

Na herstel vertrok de bus in januari 1943 alweer naar het LuftgauKommando te Enschede, waar de huur per 30 juni 1943 afliep.

Teruggekeerd naar de garage werd de bus gebruikt voor het aanslepen van de houtgasgeneratorbussen. Hier stak de bezetter al spoedig een stokje voor en op 15 februari 1944, werd de ‘97' verkocht ten behoeve van propagandadoeleinden voor de NSDAP.

Na de oorlog is zιιr intensief naar deze bussen gezocht; een particulier dacht de ‘90' in Eindhoven te hebben ontdekt, maar bij onderzoek bleek deze te zijn verdwenen. Van de Kromhoutfabrieken kwam bericht dat de ‘92' op een dump aan de Croeselaan in Utrecht stond. Op 5 augustus 1945 haalde HTM deze wagen terug, verwijderde de bruikbare onderdelen en op 9 April werd de bus voor sloop verkocht.

 

Serie 1 t/m 35, Kromhout/Verheul 1937-1950.

Eind 1946 reed bus ‘91' in de omgeving van Gent bij de Belgische Buurtspoorwegen. De rest van de wagens is nooit meer teruggevonden.

De hele serie 100 t/m 111 kwam op 1 juni 1940 buiten dienst door beperking van de brandstoftoewijzing. Al op 16 juni van dat jaar werd de ‘110' gevorderd en onder dwang aan de Duitsers verkocht. Deze wagen kwam bij de Duitsche Wehrmacht terecht.

Waarschijnlijk heeft deze serie ook nog gereden bij de Verkehrsdirection Brussel, die per 16 juni 1940, 30 bussen met chauffeurs van HTM huurde. Alle wagens (met uitzondering van de ‘110') keerden terug.

Op 15 juni 1941 werd de ‘111' voor bijzondere diensten gereserveerd ten behoeve van de Reichskommissar in Den Haag.

De 100 t/m 109 gingen naar de Deutsche Dienstpost. Op 4 juli 1942 verdween de ‘111' naar Den Bosch. De overige wagens uit deze serie werden daarop gevorderd en naar Huybergen overgebracht.

Na de oorlog bleek de ‘109' bij de Brigade Prinses Irene in Amsterdam te zijn waargenomen.

Serie 112 t/m 141, Kromhout TB-4 1939-1954.

Doch de wagen verdween spoorslag naar Limburg en sindsdien is er niets meer ervan vernomen.

Bus ‘105', evenals de ‘109', ιιn der in 1943 defect staande bussen, werd op 9 oktober 1945 teruggekocht van de Militaire Commissie Rechtsherstel in Zwolle.

De ‘110' bleek door de sectie Militaire Gezag aan een firma in Sneek te zijn verkocht, doch deze bus werd half gesloopt door HTM in Amsterdam teruggevonden. Alleen de ‘105' is geheel opgeknapt en in het Haagse straatbeeld teruggekeerd.

Over de serie 1 t/m 35 zouden we in herhaling vallen. Deze wagens werden op 1 juni 1940 wegens het brandstof te kort buiten dienst gesteld.

Sinds 15 juli 1941 waren de 11 t/m 35 gereserveerd voor de Duitse troepen. De ‘5', ‘6', ‘7', ‘9' en de ‘10' reden voor de Deutsche Dienstpost. De 1 t/m 4 en de 8 stonden ter beschikking van HTM. Acht wagens uit de groep 11 t/m 35 stonden in de openlucht aan de Fruitweg gestald.

In 1943 werden de ‘1' en de ‘2' van een houtgasgenerator voorzien.

De 9 t/m 15 gingen in juli 1942 naar Den Bosch en de ‘5 t/m 7', de ‘28' en de ‘30 t/m 35' naar Huybergen.

De ‘26', ‘27' en de ‘29' kwamen in Breda terecht. De Duitsers in Den Haag beschikten echter nog over de 16 t/m 25. De ‘1', ‘2' en de ‘8' waren geschikt voor de dienst op het HTM-net en de ‘3' en de ‘4', die nog op dieselolie reden, werden voor het aanslepen van de houtgaswagens ingezet.

Op 26 juli 1943 moest de ‘4' buiten dienst worden gesteld wegens een nijpend te kort aan banden. Deze wagen werd gevolgd door de ‘8' per 1 November van dat jaar. De 16 t/m 20 werden in augustus en September 1943 door de bezetters in de politiekazerne aan de Wassenaarseweg opgeslagen en de 21 t/m 25 werden verhuurd aan de Hamburger Hochbahn.

Bus ‘4' werd zelfs nog in December 1944 op het Plein in Den Haag waargenomen.

Na afloop van de oorlog werd een intensief onderzoek ingesteld naar de verblijfplaatsen van deze bussen; de ‘20' werd in een sloot te Kamerik gevonden, de ‘7' was bij de BBA in dienst; de ‘9' bij de NBM; de ‘18' in een depot in Utrecht en de ‘16' bij de BABO in Borger.

In juni 1945 konden de ‘26', ‘27' en de ‘29' door HTM worden teruggehaald.

Bus ‘19' deed in de eerste maanden na de oorlog diensten voor het Militaire Gezag en was hiertoe op de flanken voorzien van een Amerikaanse ster. De wagen was regelmatig in Den Haag en Scheveningen te zien.

De ‘19' verrichtte mijnwerkersvervoer in Limburg, doch keerde nooit meer terug.

18 van deze bussen, uit de serie 1 t/m 35 zijn weer naar HTM teruggekeerd.

De laatste serie is de 112 t/m 141. Deze serie werd al spoedig na proefnemingen met bus ‘8', omgebouwd voor het rijden op houtgas. De wagens gingen in de oorlogsjaren op de lijnen ‘R’, ‘P’ en de ‘T’ rijden, doch wegens een bandenschaarste moesten in de loop van 1943 de ‘112', ‘114', ‘119', ‘123', ‘125', ‘126', ‘128', ‘134' en de ‘138' op blokken in de garage worden geplaatst.

Op 15 maart 1944 waren nog 18 bussen van deze serie beschikbaar en geschikt voor de exploitatie van lijn ‘T’.

Doch, deze bussen moesten na afroep van de Duitsers beschikbaar zijn, zodat het werkelijk dienstdoende aantal wagens kleiner was.

Eind 1944 stonden de ‘112', ‘114', ‘115', ‘119', ‘120', ‘123', ‘124', ‘125', ‘126', ‘128', ‘131', ‘134', ‘136', ‘138', ‘140' en de ‘141' op blokken buiten dienst.

De overige 112-ers waren toen al dan niet in Den Haag, in Duitse dienst.

Na het beλindigen van de oorlog was geen enkele rijvaardige HTM-autobus beschikbaar. De ‘133' werd op een dump bij Utrecht gevonden, de ‘118', ‘121' en de ‘127' bij de TET in Enschede.

Het Militaire Gezag werkte aan de teruggave van onze bussen bepaald niet mee.

Eind 1945 waren evenwel alle 112-ers behouden naar het Haagje teruggekeerd, behalve de ‘129' en de ‘139' die door oorlogsomstandigheden waren uitgeschakeld.

HTM begon aan een nieuw tijdperk.......!

 

(c) OV in Boskoop - Alle rechten voorbehouden-Overname in gedrukte of digitale vorm zonder toestemming niet toegestaan