|
|
|
Herinneringen aan het laatste oorlogsjaar
Graag willen we de nestor van HTM geschiedenis even aan het woord laten.
We hebben het over oud-collega Cees van der Veen.
Marlot, zomaar ‘n zondagmorgen in augustus ‘’ 44.
Aan ‘t front wordt hard gevochten. De geallieerden zijn Parijs al genaderd,
wordt er gefluisterd. Wij kreunen nog onder ‘t juk van de bezetter, maar zo’n
ochtend als vandaag met die langzaam opklimmende zon aan een strakblauwe hemel
heeft toch iets vredigs. In de weilanden langs de Bezuidenhoutseweg, daar waar
nu de wijk Mariahoeve zich bevindt, staan de koeien tot aan hun buik in de dauw.
|
 |
|
De heer van der Veen
praat over zijn
ervaringen aan het laatste oorlogsjaar. |
Ik zit in de tuin en lees een boek. Soms word ik afgeleid: een treinstel
afkomstig van het Hollandse Spoor spoedt zich door de velden. In de wagons geen
gezinnen mey schepjes en windmolens, want hij rijdt maar tot de Buurtweg en niet
meer tot ‘t Scheveningse strand. De badplaats is sinds 1943 op last van de
bezetter ontruimd en de lijn tussen Buurtweg en Kurhaus is opgeheven en
opgebroken.
En omdat ook de tram in deze ‘Vesting Scheveningen’ grotendeels taboe is,
hebben de Duitsers en passant 6 wissels, 52 huismasten, 9464 kg. Bovenleiding en
2105 meter groef- en 2406 meter vignola rails meegenomen en naar ‘die Heimat’
vervoerd.
Voor een appel en een ei wordt dit materiaal en verder 4 motorwagens van HTM
aangekocht, maar de vijand heeft vooral zijn oog op onze autobussen laten
vallen: zo’n 40 stuks zijn al over de grens gestuurd en dat betekent dat alleen
lijn T, hoewel gebrekkig, nog iets wat op een dienstgereling lijkt kan
uitvoeren. Met pijn en moeite, dat wel, want brandstof is schaars en enkel met
een generator vol houtjes weten de Kromhouts (behalve op zondag) hun route
tussen het Hollandse Spoor en de Thorn Prikkerlaan af te leggen.
Wie een zogeheten ‘Ausweiss’ bezit en de ‘Vesting Scheveningen’ mag betreden,
moet overstappen op de lijn T die naar het eindpunt aan de Van Alkemadelaan
doorrijdt. Afgeladen tuffen de bussen door de straten, soms een tram kruisend
die nog voller met passagiers is gestouwd. De aanhangwagens puilen letterlijk
uit: ‘t zou tot 1951 duren voordat bij sommige de doorgezakte balkons bij het
Utrechtse Werkspoor gerepareerd zijn.
 |
| De heer Van der Veen is de bezitter van
een fraai houten model van bus 17, een koffiekleurige Kromhout. Het is een
laatste tastbare herinnering aan dit type bus van voor de oorlogsjaren. |
Om half negen ‘s ochtend echter is het nog vrij rustig op de
Bezuidenhoutseweg. Een enkele fietser op houten banden rammelt voorbij en wordt
ingehaald door een van de sporadische auto’s die nog in het Haagse straatbeeld
zijn waar te nemen. Vrijwel alle inwoners zijn op het openbaar vervoer
aangewezen.
Op lijn 4 zie ik de knarsende uit 1908 daterende motorwagen 163 langskomen,
van het Leeghwaterplein op weg naar het viaduct aan de Leidsestraatweg. Ik tel
een bestuurder, een conducteur en twee passagiers. Maar omdat het zondag is en
aangenaam weer weet ik dat het straks drukker wordt.
Omstreeks 11 uur worden open aanhangwagens ingezet en begint lijn 4
frequenter te rijden.
Vanachter een glas melk, afkomstig uit een grote kan die mijn vader daags te
voren ‘met geld en goede woorden’ van de vriendelijke boer van hoeve ‘Hofzicht’
heeft gekregen, zie ik de tram die middag of vaker langskomen.
Nu het Scheveningse strand afgesloten is, zoeken de mensen hun vertier in
park Marlot of - op 20 minuten wandelen van het eindpunt - het dierenpark
Wassenaar.
Op de renbaan voor windhonden, die in betere tijden nabij het Kleine Loo om
14.00 uur haar hekken opende, is allang geen hazewind meet te bespeuren en
blijft het ook vandaag stil.
Om de stroom passagiersaan te kunnen wordt spoedig een tweede aanhangwagen
aangekoppeld.
En tenslotte schieten ook allerlei type motorwagens met open en gesloten
aanhangwagens, afkomstig uit andere remises, te hulp. Zij dragen de
lijnaanduiding ‘4' op een glazen plaat achter de voorruit en op de richtingsfilm
is ‘Extra tram’ gedraaid.
 |
|
Een
fraaie foto van de bussen van lijn T. Het is 1942, de koplampen
verduisterd en slechts een handvol bussen bemande deze lijn. De foto werd
door de heer Van der Veen in Spoorwijk vastgelegd. |
Tegen vijven zoeken de mensen hun huis weer op.
Het extra materieel rukt in en om 19.00 uur is op lijn 4 slechts één
motorwagen voldoende om het handjevol passagiers te vervoeren.
De zon gaat onder en een warme zondag loop ten einde. Aan het front bulderen
kanonnen, we weten het, maar in Den Haag heeft men vandaag genoten van een dagje
Marlot. Of, zoals ik, van het lezen van een jongensboek, zo nu en dan een blik
werpend op een langskomende volgepakte tram....
Een maand later is het een stuk grimmiger. Marlot en delen van Wassenaar zijn
geëvacueerd, want de Duitsers hebben grijze raketten laten aanvoeren, die ze
vanaf Duindigt dagelijks richting Engeland schieten. Soms gaat het fout en stort
zo’n V2 neer: de oorlog wordt dan heel tastbaar. En dat terwijl we op dinsdag 5
september 1944 nog meenden, dat we voor het vallen van de avond bevrijd zouden
zijn.
Met vlaggetjes stond men de soldaten aan de rand van de stad en op het
Rijswijkseplein op te wachten. Maar het waren slechts wilde geruchten: de
geallieerde opmars stadneerde en Holland ging barre tijden tegemoet. Vanaf
‘Dolle Dinsdag’ krijgt ook HTM een gevoelige klap.
Om 3 uur ‘s middags verdwijnt de laatste bus uit het straatbeeld. Vier nog
rijdbare bussen worden met chauffeur en al door de Duitsers gevorderd en ook met
de trams is het erbarmelijk gesteld.
In een schriftje noteer ik: van 1 januari tot 3 september 1944 wordt er
tussen 6 uur ‘s morgens en 10 uur ‘s avonds gereden, daarna tussen 6 en half 8,
van 13 tot 20 september tussen 7 en 9 uur ‘s morgens en tussen 12 uur ‘s middags
en 9 uur in de avond. En in het tijdvak 30 oktober en 16 november worden de
diensten helemaal uitgedund want dan verschijnen de trams alleen tussen half 8
en half 10 ‘s morgens. Daarna is het voorbij.....
 |
|
Een
motorwagen trekt 2 afgeladen aanhangwagens met zich mee, een normaal beeld
in die oorlogsjaren. Deze foto van lijn 4 werd in 1943 vastgelegd door de
heer Jan Voerman. |
87 Motorwagens worden tussen december 1944 en begin maart 1945 op plaate
spoorwagons geladen en naar Duitsland getransporteerd. Sommige rijden daar
voortaan door platgebombardeerde steden.
Op 3 maart 1945 worden ook boven ons Bezuidenhout en rond het Korte Voorhout
de bomluiken geopend.
Over Duinzigt trekken de Engelsen geschrokken weg, een zee van vuur onder hun
vliegtuigen achterlatend. Langs een deel van de route van lijn 13 staat geen
huis meer overeind.
Een paar weken later, op 22 maart 1945, krijgt ook de remise aan het
Harstenhoekplein een voltreffer. Het gebouw en het daar opgeslagen materieel
worden ernstig beschadigd en HTM heeft dan al zoveel leed ondervonden.
Na de bevrijding zal blijken dat 11 mensen door oorlogsgeweld omgekomen
waren, 1 in een concentratiekamp was gestorven en 12 medewerkers als vermist te
boek stonden.
 |
| Het lijken haast Indiaanse beelden, een
tram met passagiers aan de buitenzijde hangend. En.... als er geen plaats
meer was rest alleen nog de benenwagen |
Ja, de bevrijding! Huichend worden de Canadezen ingehaald. Maar de stad is
gehavend. Op 11 juni 1945 gaan de trams alleen tijdens de spitsuren en op een
sterk ingekrompen net rijden. Later kunnen ook het geteisterde Scheveningen,
Bezuidenhout, Kort Voorhout en nabije omgeving weer bereikt worden. Het eindpunt
Kürhaus van de lijnen 8 en 9 gaat Scheveningen Zeebad heten. Het Duitse woord
Kúrhaus was taboe.
Evenals in 1944 worden de trams tussen de spitsen bij de eindpunten
opgesteld.
Nog langer zou het duren voordat het vertrouwde bruin van de stadsbussen weer
valt waar te nemen. In de tot half januari 1946 door het Militaire Gezag
gevorderde garage aan de Viaductweg staan slechts 13 bussen waar van alles aan
ontbreekt.
Her en der in het land, maar ook daarbuiten, speuren groepjes HTM-ers naar
het verdwenen materieel.
Gaandeweg komen de teruggevonden en herstelde bussen weer in dienst: lijn T,
nu rijdend van het Hollandse Spoor naar de Waalsdorperweg, mag op 1 februari
1946 het spits afbijten. Lijn K, van het Harstenhoekplein naar het Hollandse
Spoor en lijn G (de vervanger van de in 1942 opgeheven tram lijn 2 Staatsspoor -
Sportlaan), van het Eiberplein naar de Turfmarkt, volgen spoedig.
En met de komst van 50 nieuwe bussen in 1947 en 1948 krijgt het verzwakte
wagenpark een stevige injectie. Gloednieuw zijn ook de 16 nieuwe motorwagens die
vanaf augustus 1948 op lijn 9 en later ook op lijn 14 gaan rijden, nadat HTM
zich eerst nog met 14 van de RET overgenomen trammetjes uit 1921 had moeten
behelpen.
 |
| Een typisch verhaal uit de oorlogsjaren:
Spergebied-lijn; een speciaal lijntje tot de tankgracht (halte Nieboerweg
van lijn 0). De heer Van der Veen maakte deze foto in 1943. |
Aan het eind van de jaren veertig kunnen de trams en bussen, zoals vanouds,
al hun diensten weer met de regelmaat van de klok uitvoeren.
Vandaag de dag is onze stad hersteld. Er razen auto’s langs het Haagse Bos.
Wachtend voor het verkeerslicht dwalen mijn gedachten even af: ik zie mezelf
in de tuin, een boek lezend, een volgepakte tram komt langs. Weerklinkt door een
alarm, hoor ik het geronk van vliegtuigen, en inslaan van bommen?
Het licht springt op groen. Gelijktijdig met bus 23 trek ik op. De zon
weerkaatst in de ruiten. Achterin zit een vrolijke schoolklas, jongens en
meisjes net zo jong als ik toen. Ze blikken onbezorgd naar buiten....
Cees van der Veen & Bart Rijnhout
|
|