Hoe ging dat in die eerste jaren?
Even een blik in de eerste jaren van de autobusdienst-HTM
Het moet een geruststellend gevoel geven dat wij als HTM ook in staat zijn om
het verleden gedetailleerd te kunnen beschrijven. Daarmee bedoelen wij dat het
mogelijk moet zijn om ons nageslacht mee te laten genieten van wat toen
gebeurde. Dat heet geschiedenis, een onderdeel in je leven dat niet los te maken
is. Daarom op verzoek een wat uitgebreide beschrijving over die eerste jaren van
de Autobusdienst-HTM.
Op 28 februari 1924 bestelde HTM 10 autobussen met een Scemia chassis en een
opbouw van de Haagse carrosseriebouwer Pennock. Deze bussen werden overigens
afgeleverd in een grijze kleur.
Deze autobussen waren hoofdzakelijk bestemd als aanvulling op de elektrische
tramlijn naar Delft (Den Haag-Delft, Haagpoort) en voor de Delftse lijn ‘D’ die
de Haagpoort met de Rotterdamse Poort verbond. Deze aansluitpunten doen erg
ouderwets aan, tegenwoordig praat men niet meer over deze Poorten, maar ouderen
onder ons hebben het er wel eens over, dus is het nuttig daar enige weet van te
hebben.
 |
| Dit is een van
de eerste foto's gemaakt van een Scemia bus van HTM nog ten tijde dat de
Wilde bussen erg actief waren in ons land. Eén van de eerste autobussen
van HTM in beeld. De Scemia/Pennock met het nummer '2'. De richtingsborden
verwijzen naar de Oude Delft/Wippolder van de Delftse lijn 'D'. Deze
bussen werden toendertijd aangeschaft voor de somma van 10.700 gulden per
stuk. Dit betrof de periode rond 1924. Deze foto is een repro afkomstig
uit de verzameling van Ir.L.J.Biezeveld. |
De buslijn ‘D’ was in het leven geroepen in verband met het feit dat de
elektrische trams geen toestemming verleend was het traject over de Oude Delft
te berijden, iets wat de stoomtram wel altijd gedaan had. De bussen deden als
verlengstuk van de Delftse tramlijn tijdelijk dienst totdat het tracé via de
Phoenixstraat bereden kon worden.
Op 1 juli 1924 kwam bus nummer ‘1' op dit lijntje te rijden en was hiermee
dus de allereerste officiële HTM-bus, ook al reed hij dan niet in Den Haag.
In de Hofstad deed de HTM-busdienst op 21 juli 1924 haar intrede met de
opening van buslijn ‘H’ op het traject Pletterijkade-Delft, Nieuwe Langedijk.
Van 08.00 uur tot 24.00 uur werd met 3 bussen (!) Een halfuurdienst gereden.
De rijtijd bedroeg 28 minuten.
Reeds na korte tijd werd het Haagse eindpunt van deze buslijn verplaatst naar
het Oranjeplein en tevens werd de frequentie verhoogd en de route enige malen
verlegd uit concurrentieoverwegingen ten aanzien van de particuliere ‘wilde
bussen’.
Op 3 oktober 1924 waren de bussen 1 t/m 10 allen in dienst. Op 21 juli 1925
volgde de identieke bus ‘11'. Deze bus 11 had echter in tegenstelling tot de 1
t/m 10 de lijn- en richtingborden op het dak. Bij de 1 t/m 10 waren deze
aanduidingen onder de dakrand boven de voorruit aangebracht.
Deze bussen waren technisch gezien verre van volmaakt, het was dan ook in het
prille begin....
Maatregelen moeten genomen worden tegen het inregenen door de
ventilatieruitjes, het binnendringen van de uitlaatgassen, piepende remmen enz.
Ook de gemonteerde banden voldeden in het geheel niet en werden diverse malen
vervangen door andere typen en merken. Tevens bleken door het hotsen en botsen
de binnenspiegels niet goed afstelbaar.
Toen HTM op 1 januari 1927 de status van Gemengd Bedrijf kreeg, bracht men
als extra service op deze bussen het bekende lijnbordje (zwart met witte
letters) bij de ingang en op de blinde zijde aan.
 |
|
1 Januari 1927, De wilde busdiensten zijn
verboden. De bussen van HTM nemen hun taak over al loopt de chauffeur
niet over van werklust.De foto is genomen op het beginpunt van bus lijn
1 aan het Gevers Deynootplein te Scheveningen.
|
In 1930 werd de combinatie gewisseld in een wit bordje met zwarte letters.
Op 9 juli 1927 deed deze serie haar intrede op lijn ‘K’ (Plein-Nachtegaalplein).
In 1928 begonnen de eerste ernstige slijtageverschijnselen zich te
manifesteren en gingen vier wagens uit deze serie, waaronder bus nummer ‘4'
buiten dienst.
Het chassis van deze bus werd hergebruikt voor de bouw van een nieuwe
bovenleidingmontagewagen.
In 1929 werden nog twee chassis van de in 1928 buiten dienst gestelde bussen
voor de bouw van nieuwe montagewagens gebruikt.
De bussen ‘1' en ‘2' gingen in 1929 aan de kant en de rest van de serie werd
op 14 juli 1930 terzijde gesteld.
De laatste dienstvaardige bussen van deze serie waren de ‘5' en de ‘8'.
Van bus ‘11' is bekend dat deze op 1 juli 1931 bij de sloper terecht kwam en
op het remiseterrein van de Frans Halsstraat is afgebroken.
De eerste serie HTM-bussen heeft nu niet bepaald een hoge leeftijd bereikt.
Hierbij moet echter bedacht worden dat het hier ging om de eerste
autobuservaringen van HTM en dat de autobustechniek in de jaren na 1924 enorme
stappen voorwaarts maakte zodat vrij jong materieel al weer snel totaal
verouderd was en daardoor relatief snel aan vervanging toe was.
 |
| Deze foto mag
gerekend worden als zeer zeldzaam. Het toont een Scemia bus aan de
Lulofdwarsstraat in Den Haag waar een tijdelijk onderkomen voor de bussen
was. Wellicht is de man met de hoed een der toenmalige monteurs die eens
wilde poseren. |
In de eerste jaren werd de Autobusdienst-HTM geëxploiteerd vanuit de remise
‘s-Gravenmade. Hier bevond zich toen de buswerkplaats.
Op 23 gebruari 1927 vertrokken bussen en werkplaats naar een nieuw onderkomen
en wel de voormalige stoomtramremise aan de Rijswijkseweg. Ook werd een
hulpgarage aan de Lulofdwarsstraat in gebruik genomen toen het wagenpark zich
almaar uitbreidde.
Ingaande 15 december 1931 kwam de HTM-busdienst definitief onderdak in de
voormalige Oude Busgarage aan de Viaductweg. Dat HTM de zaak hier flink had
aangepakt blijkt uit het feit dat dit gebouw toentertijd de grootste
overspanning (= breedte dakconstructie) in Europa had. Deze garage trok de
eerste jaren van haar bestaan dan ook heel wat belangstellenden uit de
industriële hoek.
Serie 12 t/m 14, Scemia/Pennock, 1926-1931.
Door uitbreiding van het lijnennet was een aanvulling op het wagenpark van de
HTM-autobusdienst al snel noodzakelijk. Wederom viel de keuze van HTM op
autobussen van het merk Scemia met een Pennock-carrosserie. Deze bussen telden
evenals de 1 t/m 10, 24 zit- en 1 staanplaatsen.
In 1928 kregen deze bussen klapruiten naast de chauffeurszitplaats om het
beslaan van de voorruiten bij vochtig weer enigszins tegen te gaan.
Ook deze serie kwam ingaan de 9 juli 1927 op lijn ‘K’ te rijden.
 |
| Een fraaie wat
meer bekende foto van een Scemia aan het eindpunt te Kijkduin. |
 |
| Het is bus
nummer 15, een Scemia op lijn 'M' in de Duinlaan bij de Zeestraat (thans
Kijkduinsestraat). De foto is rond 1927 genomen en is een van de weinige
die gemaakt is van de achterzijde van een Scemia bus. |
Op 10 April 1931 ging de gehele serie in één keer buiten dienst en reeds 2
dagen later werden de ‘12' en de ‘14' verkocht.
Het chassis van bus nummer ‘13' werd gebruikt voor de bouw van een
HTM-lasauto.
Ook deze serie werd door de voortschrijdende techniek achterhaald en heeft
niet langer dan 5 jaar de HTM-autobusdienst mogen dienen.
Evenals de 1 t/m 10 was deze serie grijs van kleur.
Nadat lijn ‘K’ ingaande 1 mei 1928 verdween door de komst van tramlijn ‘20'
kwamen de 12 t/m 14 vrij voor de dienst op de overige toen in exploitatie zijnde
buslijnen zoals:
- Lijn M: Riviervischmarkt-Kijkduin, - Lijn L: Kamperfoelieplein-Kurhaus, -
Lijn P: Plein-Gooiplein en - Lijn R: Ruychrocklaan-Spui (per 19 september 1928
vervangen door Hollandsche Spoor-Waalsdorperweg).
Het was goed dit onderdeel van de Autobusdienst te doen beschrijven, zo
krijgt u als bezoeker een beeld hoe het in die dagen er aan toe ging. Bussen van
nauwelijks 5 jaar oud werden gewoon verdrongen door de opgaande techniek aan de
sloper toevertrouwd.
Peter Nijbakker,
Nick Roestenburg en
Bart Rijnhout