Bussie

 

Een maandje geleden sprak ik een chauffeur van de ‘oude stempel’ zal ik maar zeggen.

Een vrij norse man, maar als je hem wat beter kent kun je aardig met hem lachen.

Zo bleek ook toen ik eens met hem in de kantine ons “koppie pleur”, (zoals mijn oudere collega het zegt,) zaten te nuttigen.

 

Hij begon:

Jah… we hebben wat meegemaakt hierow joh…
’Weet je nog?!’ vroeg hij aan een collega die nét binnen kwam.

Hij wachtte het antwoord niet af maar besloot direct verder te gaan (op z’n plat Hoeksche Waards)…

‘Ik ree es op die díjk van Strien near de Mookhoek. Daerow hej jie een fietsemâeker zittuh hej…’ Ik knikte. Ik wist waar dat was omdat ik er diezelfde ochtend nog langs was gekomen.

‘Nou…’ ging hij verder ’Daarow zit nou een ouwere kerel in, maar toen z’n váder dr nog in zat ree ik hm. Toen had die fietsûhmâeker nog zo’n heel oud bussie. Zô’n transporter za’k maer zegguh. Maar dr was iets an de hand wearom ik dat bussie reakte, volges mij was dr mist ofzow en mos ik uitwijkuh, en t was ’s avo’s leat. Dus ’t was eardedonker n’tuurlijk.

Dus,’ en hij begon al te hikken van het lachen’ … Afin, ik geef da bussie een zet en hij duik met z’n neus d’n díjk af. Hij stong helemeal vertikael op z’n neus, me z’n kont omhôg.

Dus ik stap ûít en belt an bij hm. Hij dee sláperig open, want t was denk’ al rond half éân heur… En ik zeg tegun hm dat ik z’n bussie een tikkie heb gegevuh.

Goed gelovig dat ie was zee die dat da mûrge-ochent wel weer kwam want tan zou wie kijkuh. Na veel gepeuter of ie toch nie zou komme kijkuh besloot ik af te hákuh en ree verdur m’n rit af.

De volgende ochent zal ie wel stom verbeast he’n gekekuh. Maar ‘k he’t r nooit meer iets van geheurt. Lachuh man….’ Besloot hij zijn verhaal.


De collega die erbij stond knikte instemmend. Ja, zo is ’t gebeurt…

 

 

HIERONDER DE VERTALING ALS JE HEM NIET HELEMAAL KON VOLGEN OP Z’N A.B.N.:

 

Hij begon:

Ja… we hebben wat meegemaakt hier…

Weet je nog?!’ vroeg hij aan een collegta die nét binnen kwam.

Hij wachtte het antwoord niet af maar besloot direct verder te gaan (op z’n plat Hoeksche Waards)…

‘Ik reed eens op de dijk van Strijen naar de Mookhoek. Daar heb je een fietsenmaker zitten.

Ik knikte. Ik wist waar dat was omdat ik er diezelfde ochtend nog langs was gekomen.

‘Nou…’ ging hij verder ‘Daar zit nu een oudere man in, maar toen zijn vader er nog in zat, reed ik die lijn eens. Toen had die ouwe fietsenmaker nog een heel oud busje. Zo’n transporter. Maar er was iets waarom ik dat busje raakte. Volgens mij was er mist en moest ik plotseling ergens voor uitwijken. Daarbij was het ook nog ’s avonds laat, dus het was aarde donker. Dus,’ en hij begon al te hikken van het lachen’ … Afin, ik geef dat busje een zet en dat busje duikt met z’n neus de dijk af. Het busje stond helemaal vertikaal op z’n neus met zijn kont omhoog. Dus ik stap uit en bel aan bij die man. Hij deed slaperig open, want het was inmiddels rond half één denk ik en zeg tegen hem dat ik zijn busje een tikje heb gegeven.

Goed gelovig als de man was zei dat hij morgenochtend wel zou kijken. Na veel aandringen of hij toch even zou komen kijken haakte ik tenslotte af en reed mijn rit verder af.

De volgende ochtend zou hij wel stom verbaast hebben gekeken. Maar ik heb er nooit meer iets van gehoord. Lachen man!…’ besloot hij zijn verhaal.


De collega die erbij stond knikte instemmend. Ja, zo is ’t gebeurt…

 

(c) OV in Boskoop - Alle rechten voorbehouden-Overname in gedrukte of digitale vorm zonder toestemming niet toegestaan