Citosa was tientallen jaren een vertrouwde naam in het openbaar vervoer van Zuid-Holland. De bussen verbonden dorpen en kleinere plaatsen met steden als Leiden, Den Haag, Rotterdam, Gouda en Alphen aan den Rijn. Voor veel inwoners was Citosa niet alleen een vervoerder, maar ook een herkenbaar onderdeel van het dagelijkse leven.
De geschiedenis van het bedrijf is nauw verbonden met de familie Kok, de ontwikkeling van Zoetermeer en Boskoop, de groei van het streekvervoer en de samenwerking tussen de Nederlandse autobusbedrijven. Op deze pagina wordt de ontwikkeling van Citosa verteld: van de eerste lijndiensten tot de fusie die uiteindelijk leidde tot Verenigd Streekvervoer Westnederland.
De eerste busdiensten
De voorlopers van Citosa
De wortels van Citosa lagen in het begin van de jaren twintig. Jan Kok, rijwielhandelaar van beroep, opende op 2 januari 1922 een autobusdienst tussen Boskoop en Leiden. In die jaren bestond het streekvervoer uit een groot aantal kleine particuliere ondernemingen. Iedere ondernemer verzorgde één of enkele lijnen en reed vaak met slechts een paar autobussen.
In 1926 ging het bedrijf van Jan Kok samenwerken met de autobusbedrijven van Middelkoop en Hardijzer. De gezamenlijke onderneming kreeg de naam Trio. Door deze samenwerking ontstonden betere verbindingen tussen Boskoop, Zoetermeer, Leiden, Den Haag en Rotterdam. Het idee dat samenwerking nodig was om een betrouwbaar en samenhangend lijnennet op te bouwen, zou later een belangrijk uitgangspunt van Citosa worden.
1928 - 1933
Jelle Kok bouwt een nieuw bedrijf op
Op 8 december 1928 nam Jelle Kok samen met C.F. Middelkoop de autobusdienst Zoetermeer - Leidschendam - Voorburg - Rijswijk - Den Haag over van ondernemer J. van Bergen Henegouwen. Bij de overname hoorden twee autobussen en chauffeur N.P. de Vries. De resultaten van de lijn waren aanvankelijk zo slecht dat Middelkoop zich al snel terugtrok.
Jelle Kok zette door. Samen met N.P. de Vries reed hij de diensten en zorgde hij daarnaast voor het onderhoud, de administratie, de kaartverkoop en de werving van reizigers. Door de dienst nauwgezet en betrouwbaar uit te voeren, keerde het vertrouwen van de reizigers langzaam terug.
In 1930 nam Kok ook de dienst Benthuizen - Zoetermeer - Berkel - Bergschenhoek - Rotterdam over. Daarbij moesten niet alleen drie autobussen, maar ook een woonhuis en garage worden gekocht. Dat was financieel een zware stap, maar hierdoor konden de diensten naar Den Haag en Rotterdam in Zoetermeer op elkaar aansluiten. In hetzelfde jaar kwam er een vergunning voor het traject Benthuizen - Hazerswoude, waardoor aansluiting ontstond op de Trio-lijn naar Boskoop en Leiden.
De jonge onderneming kreeg ook met tegenslag te maken. In 1931 ontstond kortsluiting in een autobus die in de garage stond. Bij de brand ging vrijwel het gehele wagenpark verloren. Dankzij hulp van bevriende autobusondernemers konden de diensten de volgende ochtend toch weer worden gereden.
De naam Citosa
In 1933 werd het bedrijf ondergebracht in een naamloze vennootschap. Als naam was eerst Cito bedacht, afgeleid van het Latijnse woord voor snel. Omdat in Den Haag al een vervoerbedrijf met die naam bestond, werd de naam eerst Citos en daarna Citosa. Binnen het bedrijf werd de naam later graag uitgelegd als "Altijd op tijd".
1940 - 1947
Oorlog, schaarste en wederopbouw
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het openbaar vervoer steeds moeilijker. Brandstof, banden en onderdelen waren schaars en veel diensten moesten worden beperkt. Een deel van de verbindingen naar Den Haag kwam stil te liggen. In 1943 werkten Citosa en de Westlandse Streekvervoer Maatschappij tijdelijk binnen één organisatie samen. Na de bevrijding kon Citosa haar zelfstandige bestaan weer voortzetten.
Al op 23 juli 1945 werden met geïmproviseerde autobussen de belangrijkste lijnen opnieuw bediend. Het was het begin van een periode van snelle wederopbouw. De vraag naar vervoer groeide en kleine ondernemingen werden steeds vaker samengevoegd tot grotere streekvervoerbedrijven.
In 1947 fuseerde Citosa met N.V. De Rijnstreek in Boskoop. Het hoofdkantoor verhuisde naar Boskoop en Citosa werd een volledige dochteronderneming van de Nederlandse Spoorwegen. De onderneming kreeg hierdoor een steviger organisatorische en financiële basis voor verdere uitbreiding.
De jaren vijftig
Van klein bedrijf naar streekvervoerder
In de jaren na de oorlog groeide Citosa uit tot een belangrijke vervoerder in het gebied tussen Utrecht, Leiden, Den Haag, Rotterdam en Gouda. Het bedrijf richtte zich vooral op de verbinding tussen de dorpen van het Groene Hart en de omliggende steden. Voor scholieren, werknemers, marktbezoekers en winkelend publiek waren de Citosa-bussen vaak de belangrijkste manier om te reizen.
De cijfers uit 1952 laten zien hoe sterk de onderneming inmiddels was gegroeid. Citosa vervoerde in dat jaar ongeveer 4,6 miljoen reizigers. De bussen legden gezamenlijk circa 3,5 miljoen kilometer af. Het lijnennet had een lengte van ongeveer 260 kilometer en het wagenpark bestond uit vijftig autobussen.
In 1953 vierde Citosa het 25-jarig bestaan. Het personeel ontving een week salaris als jubileumgratificatie en op het bedrijfsterrein werd een groot feest gehouden. Het jubileum liet zien hoe sterk de onderneming met haar personeel en met de streek verbonden was geraakt.
Citosa verzorgde niet alleen lijndiensten. Er waren ook touringcars voor dagtochten, groepsvervoer en buitenlandse reizen. Daarnaast werkte het bedrijf mee aan evenementen en tentoonstellingen. Voor onder meer Avifauna en de bloemententoonstelling Flora Nova werden gecombineerde vervoer- en toegangsbewijzen verkocht.
1959 - 1961
Een modern bedrijfspand in Waddinxveen
De vestiging in Boskoop werd door de groei van Citosa steeds krapper. Daarom werden plannen gemaakt voor een nieuw complex aan de Hoogeveenseweg in Waddinxveen. Het terrein bood ruimte voor een garage, werkplaats, kantoor, technische afdelingen en dienstwoningen.
Op 15 december 1959 werd de eerste paal geslagen. In totaal verdwenen 280 heipalen in de grond. Op 8 april 1960 legde president-commissaris drs. D.J. Wansink de eerste steen. Tijdens de plechtigheid werd benadrukt dat het nieuwe complex niet alleen een gebouw voor Citosa was, maar ook een symbool van de verbondenheid tussen het bedrijf en zijn vervoergebied.
Het nieuwe bedrijfspand werd op 28 maart 1961 officieel geopend door Prins Bernhard. De prins arriveerde per helikopter en werd ontvangen door onder anderen de commissaris van de Koningin, de burgemeester van Waddinxveen en directeur Jelle Kok. Voor Citosa was dit een van de belangrijkste dagen uit de bedrijfsgeschiedenis.
Vernieuwing en uitbreiding
Citosa in de jaren zestig
In de jaren zestig veranderde het vervoergebied snel. Zoetermeer groeide van een kleine plaats uit tot een grote woonstad. Nieuwe woonwijken moesten met het openbaar vervoer worden ontsloten. In maart 1966 werden vier Citosa-bussen ingezet om genodigden naar de bouwplaats in de Palensteinse polder te brengen, waar de eerste paal voor een groot woningbouwproject werd geslagen.
Ook rond Boskoop en Alphen aan den Rijn werd het lijnennet aangepast. Na de opening van de provinciale weg tussen Boskoop en Gouwsluis werd lijn 2 in mei 1964 van Boskoop naar Alphen aan den Rijn verlengd. Zulke wijzigingen maakten duidelijk dat Citosa voortdurend moest inspelen op nieuwe wegen, woonwijken en veranderende reispatronen.
Samenwerking in Den Haag
Een belangrijke verandering volgde in 1966. Tot dan toe mochten Citosa-bussen binnen Den Haag en Voorburg op bepaalde trajecten geen lokale reizigers meenemen. Na overleg met de HTM, NZH en WSM werden deze vervoerverboden opgeheven. Reizigers konden op een deel van lijn 1 binnen het Haagse stadsgebied gebruikmaken van Citosa-bussen met plaatsbewijzen en abonnementen van de HTM.
Deze samenwerking betekende een betere benutting van de streekbussen en meer reismogelijkheden voor het publiek. Voor de chauffeurs bracht het nieuwe kaartsoorten, tarieven en instructies met zich mee. Het was een vroeg voorbeeld van de samenwerking tussen stads- en streekvervoer.
Nieuwe technieken
De bedrijfsvoering werd eveneens moderner. Mobilofoons maakten contact tussen chauffeurs en de vaste post mogelijk. De lonen werden vanaf 1968 niet meer contant op kantoor uitbetaald, maar via bank of giro. Met de invoering van een nieuw dienstrooster werd de vijfdaagse werkweek werkelijkheid en werd toegewerkt naar twee vrije dagen per week.
De mensen achter het bedrijf
Chauffeurs, werkplaats en personeelsleven
Citosa was meer dan een verzameling bussen en lijnen. Het bedrijf bestond uit chauffeurs, monteurs, controleurs, administratief personeel en leidinggevenden. In de eerste jaren liepen de werkzaamheden vaak door elkaar. Jelle Kok reed zelf diensten, repareerde bussen, hield de boekhouding bij en verzorgde de afrekeningen.
N.P. de Vries was de eerste chauffeur van het bedrijf. Hij was al werkzaam op de lijnen van Van Bergen Henegouwen en ging bij de overname in 1928 met Jelle Kok mee. Later werd hij controleur en instructeur. In die functie leidde hij een groot deel van het rijdend personeel op. In 1968 werd gemeld dat ongeveer 115 personeelsleden hun scholing aan hem te danken hadden.
Het personeelsblad Citosa Nieuws speelde een belangrijke rol binnen het bedrijf. Daarin stonden bedrijfsmededelingen, technische uitleg, verkeersregels, personeelsjubilea, salarisinformatie, verslagen van feesten en uitstapjes en berichten over nieuwe autobussen. Het blad geeft daardoor een bijzonder levendig beeld van het dagelijkse leven bij Citosa.
De directie stelde regels aan het dragen van uniformkleding en verstrekte onder meer jekkers en wollen stropdassen. Tegelijkertijd was er veel aandacht voor het onderlinge contact. De personeelsvereniging organiseerde uitgaansdagen, feestavonden en sinterklaasvieringen. Rond Kerstmis werd bij het personeel thuis een kerstpakket bezorgd.
Wagenpark en uitstraling
Van Crossley tot Leyland
Het wagenpark van Citosa veranderde sterk in de loop der jaren. Na de oorlog reden onder meer Crossley- en Scania-bussen. In de jaren vijftig en zestig werd Leyland een belangrijk merk binnen het bedrijf. De lijnbussen en touringcars werden doorgaans voorzien van carrosserieën van Nederlandse bouwers, waaronder Verheul.
Een bijzondere aanwinst was de Leyland Royal Tiger met wagenparknummer 4022, die in 1954 in dienst kwam. De bus had een horizontaal onder de vloer geplaatste motor, een luchtdrukbediende versnellingsbak en een achteras met twee overbrengingen. De touringcar bood plaats aan 44 passagiers en beschikte over grote ramen, ventilatie, vouwdaken en een radio- en omroepinstallatie.
In 1968 kwamen vijf grote Leyland-lijnbussen met de nummers 1107 tot en met 1111 in dienst. Ze waren 11,85 meter lang, hadden 49 zitplaatsen en boden daarnaast ruimte aan 52 staande reizigers. Voor delen van de carrosserie werd polyester gebruikt, omdat dit materiaal niet roestte en daardoor een langere levensduur kon hebben.
De bekende gele huisstijl
In 1967 besloten de directies van NZH, WSM en Citosa hun nieuwe autobussen een gele hoofdkleur te geven. Een kleurendeskundige had geadviseerd een kleur te kiezen die van grote afstand goed zichtbaar was en die ook bij mist en duisternis de verkeersveiligheid verbeterde. Langs de onderzijde kwam een antracietkleurige band, waardoor opspattend vuil minder opviel.
In mei 1968 werd bovendien een nieuw vignet onthuld. De gele bussen met grijze of antracietkleurige delen en het nieuwe embleem werden in de laatste Citosa-jaren een herkenbaar gezicht in het vervoergebied.
1967 - 1969
Van Citosa naar Westnederland
Citosa bleef in de laatste jaren uitbreiden. Per 1 oktober 1967 werd het autobusbedrijf Gebroeders Van Gog in Capelle aan den IJssel overgenomen. Toch werd tegelijk duidelijk dat de toekomst van het streekvervoer bij grotere ondernemingen lag. Moderne techniek, planning en onderhoud konden volgens de Nederlandse Spoorwegen doelmatiger worden georganiseerd wanneer bedrijven over een breder draagvlak beschikten.
Daarom besloten de commissarissen van Citosa en de Westlandse Streekvervoer Maatschappij beide ondernemingen met ingang van 1 januari 1969 samen te voegen. Het personeel behield zijn rang en functie. De bedrijven zouden aanvankelijk nog onder de eigen naam blijven werken, maar gingen samen de basis vormen voor N.V. Verenigd Streekvervoer Westnederland.
De fusie viel samen met het vertrek van oprichter-directeur Jelle Kok, die de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. In december 1968 werd uitgebreid afscheid van hem genomen. Tijdens bijeenkomsten met personeel, commissarissen en honderden relaties werd benadrukt hoe sterk Jelle Kok en Citosa met elkaar verbonden waren. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Met de vorming van Westnederland verdween Citosa als zelfstandige onderneming. De bussen, lijnen, gebouwen en medewerkers gingen echter door binnen de nieuwe organisatie. Daarmee werd de kennis en ervaring die sinds 1928 was opgebouwd onderdeel van een van de grootste streekvervoerbedrijven van het land.
In één overzicht
Belangrijke momenten in de geschiedenis
Jan Kok opent de autobusdienst Boskoop - Leiden.
De bedrijven van Kok, Middelkoop en Hardijzer gaan samenwerken onder de naam Trio.
Jelle Kok neemt de autobusdienst Zoetermeer - Den Haag over. Dit geldt als het begin van Citosa.
Uitbreiding richting Rotterdam en Hazerswoude, met aansluitingen naar Boskoop en Leiden.
Bij een garagebrand gaat vrijwel het gehele wagenpark verloren.
De onderneming wordt een naamloze vennootschap en krijgt de naam Citosa.
Na de oorlog worden de belangrijkste lijnen met geïmproviseerde bussen hervat.
Fusie met De Rijnstreek; het hoofdkantoor verhuist naar Boskoop.
Citosa viert het 25-jarig bestaan met het personeel en de streek.
De eerste paal voor het nieuwe bedrijfspand in Waddinxveen wordt geslagen.
Prins Bernhard opent het nieuwe complex aan de Hoogeveenseweg.
Lijn 2 wordt via de nieuwe provinciale weg verlengd van Boskoop naar Alphen aan den Rijn.
Citosa gaat op een deel van haar route deelnemen aan het lokale vervoer in Den Haag en Voorburg.
De gele huisstijl wordt aangekondigd en het bedrijf Van Gog wordt overgenomen.
Citosa viert het 40-jarig bestaan; Jelle Kok neemt afscheid en de fusie met WSM wordt voorbereid.
Citosa en WSM gaan samen verder als basis van Verenigd Streekvervoer Westnederland.