|
Chilli 2026
Hallo Marty
Sinds dat mijn vrouw en ik met pensioen zijn proberen we elk
jaar 3 maanden de kou te ontvluchten en naar de familie van
mijn vrouw in Chili te gaan. We verblijven in het huis van
haar oudste zus in Santiago. Dit huis is goed gelegen om
voor mij openbaar vervoer foto's te maken. Op loop afstand
(2 minuten) loopt de grote doorgaande weg (west-Oost) door
de stad en op tien minuten lopen zijn er de busterminals
waarvandaan de interlokale bussen vertrekken dan wel
aankomen.
Op de grote doorgaande weg rijden met hoge frequentie de
rode stadsbussen. Deze verbinden vele plekken van de stad
met elkaar. Het stadsvervoer vindt plaats onder de
overkoepelende naam Red-mobilitad. Maar diverse
maatschappijen voeren de diensten uit. Men kent ook daar het
concessiesysteem. Omdat alle bussen dezelfde kleur hebben
weet je bijna nooit van welke maatschappij je een bus
ziet/fotografeert. Meestal staat de bedrijfsnaam klein op de
achterkant. Ook in de bus staat de bedrijfsnaam.
De meeste bussen die in de stad rijden zijn elektrisch en
van het merk BYD, Zhongton, Foton, Fencer en Yutong. Behalve
de kleine BYD bussen zijn de modellen van de andere merken
onbekend hier. De kleine BYD bussen lijken op die bussen van
de 2100-serie van Connexxion die in Haarlem rijden. Slechts
een bedrijf rijdt met BYD dubbeldeks bussen.
Afgelopen jaar zijn de grote hoeveelheden oude dieselbussen
van het merk CAIO vervangen door elektrische bussen. Nog
sporadisch zie je de oude bussen rijden. Wel rijden er nog
steeds rode dieselbussen als dan niet geleed van het merk
CAIO.
Santiago kent zeven metrolijnen en de achtste in aanbouw.
Het zijn metro's van Alstom en CAF.
Het interlokale vervoer wordt verzorgd door vele
busbedrijven, vaak meerdere bedrijven naar een bestemming en
dus veel concurrentie. Al deze bussen komen aan dan wel
vertrekken van de busterminals ten westen van het centrum.
Ik heb daar menig uurtje op een vaste fotoplek(gunstig voor
de zon) mijn tijd door gebracht. Als je even staat heb je zo
ruim dertig bussen op de plaat staan.
Vanuit het centraal station vertrekken voorstadstreinen en
interlokale treinen zuidwaarts. Noord-west waarts is er wel
spoor maar deze wordt gebruikt voor goederenvervoer en in de
zomerperiode door een toeristische trein voornamelijk
bestaand uit vooroorlogse rijtuigen.
Het lokale vervoer tussen kleinere plaatsen en dorpen gaat
met kleine bussen.
Tot slot nog iets over het gebruik van het ov in Santiago.
Men kent de zogenaamde BIP kaart (zeg maar ov-chip) echter
met dien verstande dat je slechts incheckt. Ongeacht de
afstand betaal je ongerekend ongeveer 80 eurocent. Voor dit
geld kan je wel alle metrolijnen berijden op voorwaarde dat
je natuurlijk niet de afgeschermde ruimtes (binnen de
poortjes) verlaat. Verder kan je het volgende doen. Je
checkt in bij de metro en dan heb je twee uur de tijd om
over te stappen op een bus of zelfs twee bussen.
De
tweede bus moet dan wel een andere lijn zijn als de eerste.
Dus wat had ik gedaan, rij met de metro naar een bushalte,
stap daar op een lijn (519) om van west naar oost door de
stad te rijden en op het eindpunt reis ik terug met een
andere lijn (506). Het tweede instappen was binnen de twee
uur. Dan hoeveel kilometer heb ik voor 80 cent afgelegd?
Bijna 40! Kom daar maar eens om bij ons in Nederland. Je
bent een kapitaal kwijt. Dit soort overstappen kan ook van
metro naar voorstadtrein en omgekeerd.
Sinds half februari kan je ook bij de metro inchecken met je
VISA creditcard. Bij de bus kan dit nog niet en je kan niet
overstappen zoals boven beschreven.
In Santiago is er ook een spoorwegmuseum. De locomotieven
staan in de openlucht weg te kwijnen.
Lokaal vervoer in de kleinere plaatsen en tussen kleinere
plaatsen onderling gebeurd met kleinere bussen. Meestal ook
van het merk CAIO.
Met vriendelijke groeten
Ton
|